Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
feit 2:op 8 december 2021 [slachtoffer 1] heeft beledigd;
feit 2:op 28 mei 2022 [slachtoffer 2] met de dood of zware mishandeling heeft bedreigd;
feit 3:op 28 mei 2022 [slachtoffer 3] heeft mishandeld.
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
‘ [naam] , die woonachtig is te [plaats] , draagt een vuurwapen bij zich. [naam] is rapper, zijn rapnaam is: [rapnaam] . [naam] is ca. 35 jaar oud, mogelijk verblijft hij af en toe in een instelling Emergis te Goes’.De MMA-melding bevatte tevens een verwijzing naar een rapvideo op YouTube. Verdachte werd op de rapvideo herkend. Blijkens onderzoek in de BRP bleek verdachte inderdaad in een woning van Emergis in Goes te verblijven. Ook bleek verdachte antecedenten te hebben op het gebied van wapenbezit.
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De benadeelde partij
8.De vordering tot tenuitvoerlegging
9.De wettelijke voorschriften
10.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan het onder hem onder parketnummer 02/111673-22 onder 2 tenlastegelegde feit;
Bewezenverklaring
terwijl het feit is begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III
en
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;
een gevangenisstraf van 7 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar;
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
bijzondere voorwaarden:
* dat verdachte gedurende de proeftijd op geen enkele wijze - direct of indirect - contact zal opnemen, zoeken of hebben met [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedag] 1967 te [geboorteplaats 2] . De politie ziet toe op handhaving van dit contactverbod;