Uitspraak
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
Telefoonhandel als (legale) inkomstenbron voor overige deel pleegperiode?Telefoonhandel als inkomstenbron op zich is naar het oordeel van de rechtbank niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk gebleken. Tijdens de doorzoeking van de woning van [medeverdachte] en [verdachte] op 28 juni 2016 zijn niet alleen nieuwe BlackBerry’s gevonden, maar ook een papiertje met inkoopprijzen van nieuwe telefoons en een paar emailadressen die bedoeld zijn om het encrypted mailprogramma te kunnen ophalen en installeren. Het aantreffen van voornoemde goederen op 28 juni 2016 vormt echter geen verificatie voor de verklaring van [medeverdachte] dat hij vanaf 2012 inkomsten uit die telefoonhandel heeft gehad die het vermoeden van witwassen weerleggen. Dat wordt niet anders door de verklaring van digitaal rechercheur [naam] als getuige bij de rechter-commissaris. Hij heeft slechts over de in- en verkoopprijzen en betaalwijze in de handel in PGP-telefoons verklaard. Dat die verklaring aansluit bij wat [medeverdachte] daarover heeft verklaard zegt niets over de periode waarin [medeverdachte] (legale) inkomsten uit de telefoonhandel zou hebben verkregen. Daarom mag van in ieder geval [medeverdachte] verwacht worden dat hij een of meer aanknopingspunten biedt om zijn verklaring te kunnen verifiëren dat hij al vanaf 2012 inkomsten had uit de telefoonhandel.
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De wettelijke voorschriften
8.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan het onder 2 tenlastegelegde feit;
een gevangenisstraf van 183 dagen, waarvan 180 voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;