ECLI:NL:RBZWB:2022:6085

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
12 oktober 2022
Publicatiedatum
20 oktober 2022
Zaaknummer
22-010953
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 530 SvArt. 533 SvArt. 534 SvArt. 9a SrArt. 535 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning vergoeding kosten rechtsbijstand na sepot zonder strafoplegging

In deze zaak heeft de rechtbank Zeeland-West-Brabant op 12 oktober 2022 een verzoek tot vergoeding van kosten rechtsbijstand behandeld. De procedure betrof een verzoek op grond van artikel 530 van Pro het Wetboek van Strafvordering, ingediend door de verzoeker die werd bijgestaan door een advocaat. De zaak eindigde zonder strafoplegging of maatregel, en zonder toepassing van voorlopige hechtenis of artikel 9a Sr.

De rechtbank overwoog dat zij bevoegd was het verzoek in behandeling te nemen omdat de zaak in feitelijke aanleg bij de rechtbank was vervolgd of zou worden vervolgd. Op grond van artikel 530 Sv Pro kan vergoeding worden toegekend voor gemaakte reis- en verblijfkosten, schade door tijdverzuim en kosten van rechtsbijstand, mits billijkheid dit rechtvaardigt.

De rechtbank stelde vast dat het gevraagde bedrag van €560,29 voor kosten rechtsbijstand voldoende was onderbouwd en niet onbillijk. Daarnaast werd een forfaitair bedrag van €340,00 toegekend voor de kosten van het indienen van het verzoekschrift. Het totaal toegekende bedrag bedroeg €900,29, dat zal worden overgemaakt op een rekening ten name van de verzoeker.

Tegen deze beslissing kan het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen en de verzoeker binnen een maand hoger beroep instellen bij het Gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch.

Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot vergoeding van kosten rechtsbijstand en procedurekosten toe tot een bedrag van €900,29.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Locatie Middelburg
parketnummer: 02-048298-22
rk-nummers: 22-010953
Beslissing op de verzoekschriften ex artikelen 533 en 530 van het Wetboek van Strafvordering
Beslissing op de verzoekschriften ex artikelen 530 en 533 van het Wetboek van Strafvordering (hierna te noemen: Sv), in de zaak van verzoeker:
[verzoeker] ,
geboren op [geboortedag] 1981,
woonplaats kiezende ten kantore van mr. G.J.P.M. Mooren, advocaat te Tilburg

1.De procedure

De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:
 het verzoekschrift dat strekt tot toekenning van een vergoeding
ex artikel 530 Sv Proten laste van de Staat voor een bedrag van:
  • € 560,29, voor vergoeding van kosten rechtsbijstand;
  • te vermeerderen met de kosten met betrekking tot het opstellen en indienen van het verzoekschrift ad € 340,00 dan wel € 680,00 bij behandeling van het verzoekschrift in raadkamer;
  • de kennisgeving sepot;
  • de schriftelijke reactie van de officier van justitie.
De officier van justitie heeft de schriftelijke reactie aan de advocaat van verzoeker doen toekomen. De advocaat van verzoeker heeft ermee ingestemd dat het verzoek zonder behandeling ter zitting wordt afgedaan.
De rechtbank zal zonder mondelinge behandeling op het verzoekschrift beslissen.

2.De beoordeling

De rechtbank overweegt als volgt.
De zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel of met zodanige oplegging, doch op grond van een feit waarvoor voorlopige hechtenis niet is toegelaten en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.
De rechtbank is bevoegd om het verzoek in behandeling te nemen, nu de zaak in feitelijke aanleg bij de rechtbank is vervolgd, zou worden vervolgd of laatstelijk werd vervolgd.
Ingevolge artikel 530 Sv Pro wordt aan de gewezen verdachte een vergoeding toegekend in
de ten behoeve van het onderzoek en de behandeling van de zaak gemaakte reis- en verblijfkosten, en kan een vergoeding worden toegekend voor de schade welke hij ten gevolge van tijdverzuim door de vervolging en de behandeling der zaak ter terechtzitting werkelijk heeft geleden, alsmede, behoudens in het zich hier niet voordoende geval dat - kort gezegd - de raadsman was toegevoegd, in de kosten van een raadsman.
Ingevolge artikel 534, eerste en vierde lid, Sv vindt toekenning van een schadevergoeding steeds plaats, indien en voor zover daartoe, naar het oordeel van de rechtbank, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn.
Het verzochte bedrag aan kosten van rechtsbijstand ter grootte van
€ 560,29is in voldoende mate onderbouwd en komt de rechtbank niet onbillijk voor. De rechtbank zal dit bedrag toewijzen.
Voor de kosten verbonden aan de indiening van het verzoekschrift wordt het forfaitaire bedrag van
€ 340,00toegekend.

3.De beslissing

De rechtbank:
wijst het verzoek tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv Pro toe tot een bedrag van
€ 900,29, bestaande uit:
- € 560,29 aan kosten van rechtsbijstand;
- € 340,00 de kosten verbonden aan de indiening van het verzoekschrift in raadkamer;
bepaalt dat een bedrag van
€ 900,29zal worden overgemaakt op [rekeningnummer] t.n.v. [vermelding] ”.
Deze beslissing is op 12 september 2022 gegeven door mr. A.B. Scheltema Beduin, rechter, in tegenwoordigheid van I.A. Walhout, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen de beslissing ex artikel 530 Sv Pro kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na de dagtekening van deze beslissing en door verzoeker binnen een maand na de betekening van deze beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch (artikel 535 lid 1 Sv Pro).