ECLI:NL:RBZWB:2022:5993

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
2 februari 2022
Publicatiedatum
17 oktober 2022
Zaaknummer
21-014189
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 94 SvArt. 117 SvArt. 134 lid 2 onder c SvArt. 552a SvArt. 552d lid 2 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid klaagschrift wegens beëindigd beslag op personenauto

Op 9 april 2021 werd onder klager een personenauto in beslag genomen vanwege de aanwezigheid van een verborgen ruimte die vermoedelijk was aangebracht om voorwerpen aan ambtelijk toezicht te onttrekken. Klager stelde niet op de hoogte te zijn van deze verborgen ruimte en betwistte de inbeslagname. Hij diende een klaagschrift in op grond van artikel 552a Sv met het verzoek het beslag op te heffen en het voertuig terug te geven.

De officier van justitie stelde zich op het standpunt dat klager niet-ontvankelijk moest worden verklaard omdat het beslag reeds was geëindigd. Het voertuig was vernietigd op basis van een machtiging van de officier van justitie ex artikel 117 Sv Pro, waardoor het beslag volgens artikel 134 lid 2 onder Pro c Sv ophield te bestaan. De rechtbank bevestigde dat tegen deze machtiging geen beklag mogelijk is.

De raadkamer behandelde het klaagschrift op 19 januari 2022 en hoorde daarbij de officier van justitie, klager en diens raadsman. De raadsman gaf aan niet op de hoogte te zijn van de vernietigingsmachtiging. De rechtbank oordeelde dat omdat het beslag was geëindigd, klager niet ontvankelijk was in zijn klaagschrift.

De beslissing werd op 2 februari 2022 uitgesproken door rechter R.J.H. de Brouwer namens de rechtbank Zeeland-West-Brabant. Klager kan binnen veertien dagen beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden.

Uitkomst: De rechtbank verklaart klager niet-ontvankelijk in zijn klaagschrift omdat het beslag op het voertuig reeds is geëindigd door vernietiging.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Locatie Breda
parketnummer: /
rk.nummer: 21-014189
Beslissing op het klaagschrift ex artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering van:
[klager]
geboren op [geboortedag] 1988 te [geboorteplaats]
woonplaats kiezende ten kantore van mr. M. Mesoudi, Marije Meustraat 90 te 4811 LW Breda
hierna te noemen: klager.

1.De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:
  • de kennisgeving van inbeslagname op grond van artikel 94 van Pro het Wetboek van Strafvordering (hierna te noemen: Sv), waaruit blijkt dat op 9 april 2021 onder klager in beslag is genomen: een personenauto van het merk Citroën, type C4 Picasso, kleur grijs en voorzien van [kenteken] ;
  • het klaagschrift, ingediend op 15 september 2021 ter griffie van deze rechtbank ingevolge artikel 552a Sv;
  • het verweerschrift van de officier van justitie en
  • de overige stukken uit het bijbehorende raadkamerdossier met voornoemd raadkamernummer.
Het klaagschrift is behandeld in raadkamer op 19 januari 2022. Gehoord zijn de officier van justitie, mr. J. Castelein, klager en mr. M. Mesoudi als raadsman van klager.
Het klaagschrift strekt tot opheffing van het gelegde beslag met last tot teruggave aan de klager. Daartoe is aangevoerd dat op 9 april 2021 onder klager een personenauto in beslag is genomen waarvan hij eigenaar is. Aanleiding voor de inbeslagname zou zijn geweest dat er een verborgen ruimte in het voertuig aanwezig zou zijn. Klager stelt nimmer te hebben geweten dat een verborgen ruimte in de auto was aangebracht. Klager heeft bovendien nooit een rapport morgen ontvangen van de Douane waaruit zou blijken dat de personenauto kan worden aangemerkt als een vervoermiddel in de zin van artikel 1:37 Algemene Pro Douanewet (hierna: Adw). Het is onduidelijk wat de redenen zijn dat is afgezien van de procedure die de Douane doorgaans volgt. In soortgelijke zaken is de Douane immers bereid voertuigen te retourneren nadat is voldaan aan de voorwaarden die zij hiervoor stellen, zoals het verwijderen van de verborgen ruimte onder toezicht van de Douane en het betalen van
€ 1000,00 voor het toezicht op het voertuig door de Douane. Klager stelt voorts door de inbeslagname te worden benadeeld, nu hij afhankelijk is van het inbeslaggenomen voertuig voor privé-afspraken, bezoekregelingen met zijn kinderen en overig familiebezoek. Hierdoor wordt niet alleen klager benadeeld, maar ook zijn kinderen en familieleden.
De officier van justitie heeft zich schriftelijk op het standpunt gesteld dat klager niet ontvankelijk dient te worden verklaard in zijn klaagschrift, nu het beslag is geëindigd. Het voertuig is namelijk middels een door de officier van justitie gegeven machtiging vernietigd en door vernietiging eindigt beslag (artikel 134 lid 2 onder Pro c Sv). In het inbeslaggenomen voertuig bevond zich namelijk een ruimte welke niet standaard in het voertuig aanwezig is of door de betreffende fabriek wordt geleverd. De manier waarop de ruimte is ingebouwd doet vermoeden dat de ruimte is ingebouwd om voorwerpen aan het ambtelijk toezicht te onttrekken. Gelet hierop is het onwenselijk dat het voertuig in deze staat teruggebracht wordt in het maatschappelijke verkeer.
De officier van justitie heeft in raadkamer gepersisteerd bij het eerder ingenomen standpunt. Nu er geen verband is met een strafbaar feit zal er geen strafzaak volgen.
In raadkamer heeft de raadsman medegedeeld dat hij niet op de hoogte was van de machtiging tot vernietiging door de officier van justitie.

2.De beoordeling

De raadkamer van de rechtbank is bevoegd tot afdoening van het klaagschrift.
Het klaagschrift is tijdig ingediend.
De rechtbank stelt vast dat het beslag gelegd op grond van artikel 94 Sv Pro reeds is geëindigd. Het voertuig is namelijk middels een door de officier van justitie gegeven machtiging ex artikel 117 Sv Pro vernietigd. Tegen het verlenen van die machtiging is geen beklag mogelijk. Uit artikel 134, tweede lid, onder c, Sv volgt dat het beslag eindigt door vernietiging. Gelet op het voorgaande zal de rechtbank klager niet ontvankelijk verklaren in zijn klaagschrift.

3.De beslissing

De rechtbank verklaart
- klager niet-ontvankelijk in zijn klaagschrift.
Deze beslissing is op 2 februari 2022 gegeven door mr. R.J.H. de Brouwer, rechter, in tegenwoordigheid van mr. M.A.E. de Kroon en mr. M. van Grinsven, griffiers, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 februari 2022.
De griffiers zijn niet in de gelegenheid deze beslissing mede te ondertekenen.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen deze beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na dagtekening van deze beslissing en door de klager binnen veertien dagen na de betekening van deze beslissing
beroep in cassatieworden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden te 's-Gravenhage (artikel 552d lid 2 Wetboek van Strafvordering).