ECLI:NL:RBZWB:2022:5900
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep wegens niet tijdig beslissen op verzoek herbeoordeling kinderopvangtoeslag
Eiser heeft op 15 februari 2021 een verzoek ingediend tot herbeoordeling van zijn situatie met betrekking tot de kinderopvangtoeslag. Verweerder heeft niet binnen de wettelijke beslistermijn van zes maanden, met een mogelijke verlenging van zes maanden, een besluit genomen. Eiser stelde verweerder op 14 juli 2022 in gebreke, waarna het beroep werd ingesteld.
De rechtbank overweegt dat verweerder op grond van artikel 49, negende lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen uiterlijk op 15 augustus 2021 had moeten beslissen. Omdat dit niet is gebeurd, is het beroep gegrond. Verweerder heeft verzocht om een langere termijn van dertien weken vanwege het grote aantal verzoeken en de complexiteit van de herbeoordeling, maar de rechtbank acht een termijn van elf weken na verzending van de uitspraak redelijk.
De rechtbank wijst een dwangsom toe van €100 per dag met een maximum van €15.000 voor elke dag dat verweerder de termijn overschrijdt. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en proceskosten aan eiser. De rechtbank vernietigt het niet tijdig genomen besluit en draagt verweerder op binnen de gestelde termijn alsnog een besluit te nemen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt verweerder op binnen elf weken alsnog een besluit te nemen, met oplegging van een dwangsom.