ECLI:NL:RBZWB:2022:5834
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewet-uitkering wegens geschiktheid voor eigen arbeid als lasser
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om zijn Ziektewet-uitkering per 19 november 2021 te beëindigen. Het UWV baseerde dit besluit op medische beoordelingen van een verzekeringsarts en een verzekeringsarts bezwaar en beroep, die concludeerden dat eiser geschikt is om zijn eigen arbeid als lasser te verrichten.
De rechtbank heeft vastgesteld dat het werk als lasser de maatgevende arbeid is waarop het recht op ziekengeld is gebaseerd. Uit het medisch dossier blijkt dat eiser sinds december 2020 ziekgemeld was vanwege lage rugklachten en een voetprobleem, maar dat er geen objectieve medische onderbouwing is voor arbeidsongeschiktheid voor zijn eigen werk.
Eiser voerde aan dat zijn klachten ernstiger zijn dan door het UWV is aangenomen en dat hij onvoldoende rekening is gehouden met zijn medische gegevens. De rechtbank oordeelt echter dat het medisch onderzoek zorgvuldig en uitgebreid is uitgevoerd, inclusief een lichamelijk en psychisch onderzoek en het betrekken van huisartsgegevens. Eiser heeft geen nieuwe medische stukken overgelegd die het oordeel van het UWV kunnen betwijfelen.
De rechtbank ziet daarom geen reden om het medisch oordeel te herzien of een onafhankelijk deskundige te benoemen. Het beroep wordt ongegrond verklaard, waardoor de beëindiging van de Ziektewet-uitkering per 19 november 2021 rechtmatig is. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding of griffierechtvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de Ziektewet-uitkering wordt ongegrond verklaard en de uitkering per 19 november 2021 beëindigd.