Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres
Procesverloop
Zaak 21/1827
Zaak 21/2541
Overwegingen
Beslissing
.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eiseres had beroep ingesteld tegen twee besluiten van het UWV betreffende haar loongerelateerde WGA-uitkering en WGA-vervolguitkering. Het UWV had in eerste instantie de mate van arbeidsongeschiktheid vastgesteld, waarna na bezwaar de mate werd verhoogd. Later heeft het UWV de bestreden besluiten herzien, waarna eiseres haar beroep introk en proceskostenvergoeding vorderde.
De rechtbank oordeelde dat op grond van artikel 8:75a Awb het bestuursorgaan bij intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming aan de indiener van het beroepschrift kan worden veroordeeld tot vergoeding van proceskosten. Omdat het UWV niet betwistte dat het aan eiseres tegemoet was gekomen, werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten voor de beroepsfase en het betaalde griffierecht.
De proceskosten werden vastgesteld op € 759,- voor de beroepsfase, en het griffierecht op € 98,- werd eveneens aan eiseres vergoed. De rechtbank sloot de procedure zonder zitting na stilzwijgende toestemming van partijen.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van € 759,- proceskosten en € 98,- griffierecht aan eiseres.