ECLI:NL:RBZWB:2022:5722
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing Nederlanderschap via optie wegens onjuiste beoordeling hoofdverblijf en inburgering
Eiser, geboren in 1969 en houder van de Turkse nationaliteit, verzocht op 1 april 2021 om verkrijging van het Nederlanderschap via optie. Verweerder wees dit verzoek af omdat eiser niet voldeed aan de eis van vijftien jaar onafgebroken verblijf in Nederland, waarbij het verblijf in Turkije van 2009 tot 2020 niet als verschoonbare onderbreking werd erkend. Tevens werd veronderstelde inburgering niet aangenomen.
Eiser voerde aan dat zijn detentie en uitreisverbod in Turkije verschoonbare omstandigheden waren, omdat hij onterecht was gedetineerd en herhaaldelijk tevergeefs had verzocht om opheffing van het uitreisverbod. De rechtbank oordeelde dat verweerder ten onrechte een strikte uitleg hanteerde en dat het uitreisverbod feitelijk gelijk stond aan detentie, waardoor het verblijf in Turkije niet als verplaatsing van het hoofdverblijf kon worden beschouwd.
Daarnaast stelde de rechtbank vast dat verweerder het bezwaar van eiser onvoldoende had gemotiveerd en relevante adviezen niet had overgelegd, waardoor toetsing niet mogelijk was. De rechtbank concludeerde dat eiser voldoende was ingeburgerd en dat het besluit in strijd was met zorgvuldigheids- en motiveringsvereisten. Het beroep werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder opgedragen opnieuw te beslissen, met veroordeling in proceskosten en vergoeding van griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder opgedragen opnieuw te beslissen met vergoeding van proceskosten en griffierecht.