ECLI:NL:RBZWB:2022:5696
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over niet tijdig beslissen op herbeoordeling kinderopvangtoeslag
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door de Belastingdienst/Toeslagen op haar aanvraag van 26 januari 2021 voor herbeoordeling van haar kinderopvangtoeslag. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn, inclusief een eenmalige verlenging, op 26 januari 2022 was verstreken zonder dat een besluit was genomen.
Na een rechtsgeldige ingebrekestelling op 11 april 2022 en het verstrijken van twee weken, is het beroep gegrond verklaard. De rechtbank bepaalt dat de Belastingdienst binnen tien weken na verzending van de uitspraak alsnog een besluit moet nemen. Verweerder had verzocht om een langere termijn van dertien weken vanwege de grote hoeveelheid verzoeken en de benodigde zorgvuldige behandeling, maar de rechtbank acht tien weken redelijk.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van € 100,- per dag op voor iedere dag dat de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van € 15.000,-. De rechtbank wijst het verzoek van verweerder af om deze termijn te verlengen met vertraging door toedoen van eiseres. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiseres, vastgesteld op € 379,50.
De uitspraak is gedaan door rechter R.P. Broeders en griffier M.R. Jouvenaar op 3 oktober 2022 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt de Belastingdienst op binnen tien weken alsnog een besluit te nemen, met oplegging van een dwangsom bij overschrijding.