ECLI:NL:RBZWB:2022:5691
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over niet tijdig beslissen op aanvraag kinderopvangtoeslag
Eiseres heeft op 2 april 2021 een aanvraag ingediend voor herbeoordeling van haar situatie met betrekking tot de kinderopvangtoeslag. Verweerder, de Belastingdienst/Toeslagen, heeft niet binnen de wettelijk gestelde termijn van zes maanden, met een eenmalige verlenging van zes maanden, besloten. Hierdoor is de beslistermijn op 2 april 2022 verstreken zonder besluit.
Eiseres heeft verweerder op 9 mei 2022 in gebreke gesteld, waarna zij binnen twee weken beroep kon instellen. De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat verweerder nog geen besluit heeft genomen. De rechtbank bepaalt dat verweerder binnen acht weken na verzending van deze uitspraak alsnog moet besluiten.
Verweerder had verzocht om een langere termijn van dertien weken vanwege het grote aantal herbeoordelingsverzoeken en de benodigde zorgvuldige behandeling. De rechtbank acht acht weken echter een redelijke termijn, mede omdat op 30 augustus 2022 een persoonlijk zaakbehandelaar is toegewezen.
Verder legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 voor elke dag dat verweerder de termijn overschrijdt. De reeds verbeurde dwangsom wordt vastgesteld op €1.442. Verweerder wordt tevens veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten van eiseres.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt de Belastingdienst op binnen acht weken alsnog te beslissen, met oplegging van een dwangsom.