ECLI:NL:RBZWB:2022:5639
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep wegens niet tijdig beslissen op herbeoordeling kinderopvangtoeslag
Eiseres heeft op 23 december 2020 een aanvraag ingediend voor herbeoordeling van haar situatie met betrekking tot de kinderopvangtoeslag. De Belastingdienst/Toeslagen heeft niet binnen de wettelijk gestelde termijn van zes maanden, met een mogelijke verlenging van zes maanden, een besluit genomen. Eiseres stelde de Belastingdienst op 12 maart 2022 in gebreke, waarna zij binnen twee weken geen besluit ontvingen, waardoor het beroep gegrond is verklaard.
De rechtbank heeft overwogen dat de Belastingdienst vanwege het grote aantal verzoeken om herbeoordeling een langere termijn nodig heeft dan de standaard twee weken na uitspraak. Daarom is een termijn van negen weken na verzending van de uitspraak als redelijk vastgesteld. De rechtbank wijst het verzoek van de Belastingdienst af om de termijn te verlengen met perioden van vertraging door toedoen van eiseres, omdat dit te onbepaald is.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van €100 per dag op voor elke dag dat de Belastingdienst de beslistermijn overschrijdt, met een maximum van €15.000. Ook moet de Belastingdienst het door eiseres betaalde griffierecht van €50 vergoeden. Er zijn geen overige proceskosten toegekend.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, legt een termijn van negen weken op voor het nemen van een besluit en een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000.