De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft verdachte veroordeeld voor meerdere strafbare feiten, waaronder twee winkeldiefstallen bij een supermarkt, verduistering van een geleende auto, diefstal van koperen kranen van een camping en een bedreiging gericht tegen het leven van een persoon. Verdachte was niet aanwezig bij de zitting, maar werd vertegenwoordigd door zijn raadsman. De officier van justitie achtte alle feiten wettig en overtuigend bewezen, terwijl de verdediging slechts één feit erkende en vrijspraak voor de overige vorderde.
De rechtbank verwierp de bewijsverweren van de verdediging en achtte alle feiten wettig en overtuigend bewezen. De strafbaarheid van verdachte werd bevestigd, aangezien geen omstandigheden waren die deze uitsloten. Gezien de aard van de feiten, de recidive van verdachte en het taakstrafverbod, legde de rechtbank een gevangenisstraf van drie maanden op, lager dan de gevorderde zes maanden.
De benadeelde partij, Camping [naam], vorderde materiële schadevergoeding en proceskosten voor de diefstal van koperen kranen, maar de rechtbank verklaarde deze vordering niet-ontvankelijk wegens onvoldoende onderbouwing en verwees de benadeelde naar de civiele rechter. De tijd in voorarrest wordt in mindering gebracht op de straf. De schorsing van het bevel tot voorlopige hechtenis werd opgeheven.