9.De beslissing
- verklaart de officier van justitie niet ontvankelijk in de vervolging van verdachte voor het onder parketnummer 02/117428-21 als feit 3 tenlastegelegde feit;
- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
Parketnummer 02/117428-21
Feit 1:
Bedreiging met zware mishandeling, meermalen gepleegd;
Feit 2:
Mishandeling, terwijl het misdrijf wordt gepleegd tegen een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening;
Parketnummer 02/078151-21
Mishandeling ;
- verklaart verdachte strafbaar;
- veroordeelt verdachte tot
een gevangenisstraf van 120 dagen, waarvan 100 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;
- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd de hierna vermelde voorwaarden niet heeft nageleefd;
- stelt als
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij
[verbalisant 2]van
€ 450,-aan immateriële schade vermeerderd met de wettelijke rente berekend vanaf 7 juli 2022;
- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot nu toe begroot op nihil;
- wijst de vordering voor het overige af;
- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer
[verbalisant 2] (feit 1), € 450,-te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente berekend vanaf 7 juli 2022;
- bepaalt dat bij niet betaling
9 dagen gijzelingkan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;
- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij
[verbalisant 1]van
€ 600,-, aan immateriële schade en vermeerderd met de wettelijke rente berekend vanaf 7 juli 2021;
- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot nu toe begroot op nihil;
- wijst de vordering voor het overige af;
- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer
[verbalisant 1] (feiten 1 en 2), € 600,-te betalen en vermeerderd met de wettelijke rente berekend vanaf 7 juli 2021;
- bepaalt dat bij niet betaling
9 dagen gijzelingkan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;
- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Diepenhorst, voorzitter, mr. M. Breeman en
mr. B.A.S.E. Maandag, rechters, in tegenwoordigheid van K. de Klerk-Van Rijs, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 13 september 2022.
Mr. Breeman en mr. Maandag zijn niet in de gelegenheid om dit vonnis te ondertekenen.