ECLI:NL:RBZWB:2022:5271
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tot afsluiting doorgangspad naast woning
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Breda, waarin een handhavingsverzoek en een verzoek om schadevergoeding werden afgewezen. Het verzoek betrof het afsluiten van een doorgangspad naast zijn woning voor fietsers, brommers en scooters gedurende schooldagen.
De voorzieningenrechter overweegt dat een voorlopige voorziening alleen kan worden getroffen bij onverwijlde spoed en onomkeerbaarheid van gevolgen. Het verzoek om afsluiting van het pad is een te vergaande maatregel voor een voorlopige voorziening, zeker omdat het college het handhavingsverzoek gemotiveerd heeft afgewezen wegens het ontbreken van een overtreding.
Daarnaast is onduidelijk wie eigenaar is van het doorgangspad, hetgeen een bewijsvergaring vergt die niet past binnen de voorlopige voorzieningenprocedure. Gezien deze omstandigheden en het ontbreken van spoedeisend belang, wijst de voorzieningenrechter het verzoek af.
Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door rechter R.P. Broeders op 9 september 2022 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tot afsluiting van het doorgangspad wordt afgewezen wegens onvoldoende spoedeisend belang.