ECLI:NL:RBZWB:2022:5267
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring beroepen wegens niet tijdig beslissen op Wob-aanvragen en oplegging dwangsom
Eiseres heeft op 23 maart 2022 meerdere Wob-aanvragen ingediend bij de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Verweerder heeft niet binnen de wettelijke termijn van vier weken beslist, waarna eiseres hem op 31 mei 2022 in gebreke stelde. Na overleg op 7 juni 2022 zijn de verzoeken gepreciseerd, maar de beslistermijn was inmiddels verstreken. Eiseres heeft vervolgens op 7 juli 2022 beroep ingesteld bij de rechtbank.
De rechtbank constateert dat de beroepen gegrond zijn omdat verweerder niet tijdig heeft beslist. De rechtbank draagt verweerder op binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen. Tevens legt de rechtbank een dwangsom van €100 per dag op voor elke dag dat de beslissing uitblijft, met een maximum van €15.000.
Daarnaast moet verweerder het door eiseres betaalde griffierecht van €365 vergoeden en een proceskostenvergoeding van €379,50 betalen, berekend op basis van het Besluit proceskosten bestuursrecht. De rechtbank kwalificeert de zaken als licht van gewicht en als samenhangende zaken. De uitspraak is gedaan door rechter S.A.M.L. van de Sande op 8 september 2022 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: De rechtbank beveelt de minister binnen twee weken alsnog te beslissen en legt een dwangsom van €100 per dag op bij overschrijding.