Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van 8 september 2022 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiseres] , te [woonplaats] , eiseres,
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eiseres was werkzaam als pastoraal medewerker en viel uit op 11 april 2019 wegens psychische en fysieke klachten. Het UWV kende haar aanvankelijk een WIA-uitkering toe op basis van 79,39% arbeidsongeschiktheid. Na bezwaar stelde het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid bij tot 65,40% per 8 april 2021, hetgeen de rechtbank nu toetst.
De medische beoordeling door verzekeringsartsen van het UWV, waaronder een verzekeringsarts bezwaar en beroep, concludeerde dat eiseres beperkingen heeft die leiden tot een arbeidsongeschiktheidspercentage van 65,40%. De rechtbank oordeelt dat het medisch onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd en dat de functionele mogelijkhedenlijst (FML) een juiste weerspiegeling is van haar belastbaarheid. Eiseres bracht geen medische onderbouwing die tot twijfel aan dit oordeel leidt.
De arbeidsdeskundige van het UWV stelde functies vast die passen binnen de beperkingen van eiseres. Eiseres voerde aan dat deze functies niet passend zijn vanwege verschillende belastingen, maar de rechtbank vindt de onderbouwing onvoldoende en volgt het oordeel van de arbeidsdeskundige. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst verzoeken om proceskostenvergoeding en griffierecht af.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het UWV-besluit tot vaststelling van 65,40% arbeidsongeschiktheid wordt ongegrond verklaard.