ECLI:NL:RBZWB:2022:5185
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- T. Peters
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen omgevingsvergunning voor woningbouw
Verzoeker maakte bezwaar tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg om vergunninghouder een omgevingsvergunning te verlenen voor het realiseren van drie woningen op een locatie waar twee woningen stonden.
Na het ongegrond verklaren van het bezwaar door het college, stelde verzoeker beroep in bij de rechtbank en verzocht hij om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter beoordeelde of er sprake was van onverwijlde spoed om een voorlopige voorziening te treffen.
Uit de mededeling van vergunninghouder bleek dat uitvoering van de vergunning niet op korte termijn zou plaatsvinden, waardoor geen spoedeisend belang bestond. De voorzieningenrechter concludeerde dat het verzoek om voorlopige voorziening daarom moest worden afgewezen.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak stond geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de omgevingsvergunning voor het realiseren van drie woningen is afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.