ECLI:NL:RBZWB:2022:5175
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen op aanvraag herbeoordeling kinderopvangtoeslag
Eiseres heeft op 1 april 2021 een aanvraag ingediend voor herbeoordeling van haar situatie met betrekking tot de kinderopvangtoeslag. De Belastingdienst had uiterlijk op 1 april 2022 moeten beslissen, na een verlenging van de beslistermijn, maar heeft dit niet gedaan. Eiseres stelde de Belastingdienst op 11 april 2022 in gebreke, waarna zij binnen twee weken beroep kon instellen.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat de beslistermijn is overschreden. Hoewel de Belastingdienst om een langere termijn van dertien weken vroeg wegens het grote aantal verzoeken en de benodigde zorgvuldige behandeling, acht de rechtbank een termijn van tien weken na verzending van de uitspraak redelijk. Een verlenging van deze termijn met vertraging door toedoen van eiseres wordt niet toegewezen.
Verder legt de rechtbank een dwangsom van € 100,- per dag op voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van € 15.000,-. De reeds verbeurde bestuurlijke dwangsom wordt vastgesteld op € 1.442,-. De Belastingdienst wordt tevens veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van eiseres.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt de Belastingdienst op binnen tien weken alsnog een besluit te nemen met oplegging van een dwangsom bij overschrijding.