ECLI:NL:RBZWB:2022:5174
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over niet tijdig beslissen herbeoordeling kinderopvangtoeslag
Eiser heeft op 7 januari 2021 een verzoek ingediend tot herbeoordeling van zijn situatie met betrekking tot de kinderopvangtoeslag. Verweerder, de Belastingdienst/Toeslagen, heeft niet binnen de wettelijke termijn van zes maanden, met een verlenging van zes maanden, op dit verzoek beslist. Eiser stelde verweerder op 28 maart 2022 in gebreke, waarna hij binnen twee weken beroep instelde wegens het uitblijven van een besluit.
De rechtbank overweegt dat verweerder de beslistermijn heeft overschreden en dat het beroep gegrond is. Verweerder heeft verzocht om een langere termijn van dertien weken voor een zorgvuldige afhandeling vanwege het grote aantal verzoeken en de complexiteit van de herbeoordelingen. De rechtbank acht een termijn van acht weken na verzending van de uitspraak redelijk en wijst het verzoek tot verlenging met vertraging door eiser af.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van € 100,- per dag met een maximum van € 15.000,- voor elke dag dat verweerder de beslistermijn overschrijdt. Verweerder moet tevens het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiser vergoeden, waarbij de proceskosten worden vastgesteld op € 379,50 gezien het lichte gewicht van de zaak. De rechtbank vernietigt het niet tijdig genomen besluit en draagt verweerder op binnen de gestelde termijn alsnog een besluit te nemen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, legt een termijn van acht weken op voor een besluit en een dwangsom bij overschrijding.