Eiseres stelde beroep in tegen meerdere besluiten van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Veere betreffende het opleggen van last onder dwangsom en de invordering daarvan wegens het recreatief verhuren van haar hoofdwoning en bijgebouw. De rechtbank hield op 28 mei 2021 een zitting en gaf het college gelegenheid om gebreken in de besluiten te herstellen.
De rechtbank oordeelde dat eiseres niet aannemelijk had gemaakt dat zij haar hoofdverblijf had in de woning gedurende de relevante periode en dat het college bevoegd was de last onder dwangsom op te leggen en de dwangsommen in te vorderen. De controles en rapporten toonden aan dat de woningen recreatief werden verhuurd in strijd met het bestemmingsplan.
Hoewel het college in een besluit een verkeerde controledatum noemde, werd dit gebrek gepasseerd omdat eiseres reeds op de hoogte was van de juiste controle en constateringen. De beroepen van eiseres werden ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd vanwege bijzondere omstandigheden.