ECLI:NL:RBZWB:2022:5038

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
19 augustus 2022
Publicatiedatum
31 augustus 2022
Zaaknummer
RK 21-010904
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 29f SvArt. 23 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot beëindiging strafzaak wegens aangekondigde vervolging

In deze zaak heeft verzoeker een verzoekschrift ingediend ex artikel 29f Sv om de strafzaak tegen hem te beëindigen. De rechtbank heeft het verzoek meerdere malen behandeld, waarbij werd vastgesteld dat verzoeker lange tijd in onzekerheid verkeerde over de vervolging.

Na heropening van het onderzoek en voortzetting van de procedure heeft de officier van justitie aangegeven dat de vervolging zal worden voortgezet en dat verzoeker binnenkort zal worden gedagvaard voor witwassen. De rechtbank concludeert dat hoewel nog geen formele vervolgingsdaad heeft plaatsgevonden, de vervolging wel degelijk is aangekondigd en op korte termijn zal worden voortgezet.

Daarom oordeelt de rechtbank dat het verzoek tot beëindiging van de strafzaak niet kan worden toegewezen en wijst het af. De beslissing is genomen tijdens een openbare terechtzitting op 19 augustus 2022.

Uitkomst: Het verzoek tot beëindiging van de strafzaak wordt afgewezen omdat de vervolging is aangekondigd en zal worden voortgezet.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Locatie Breda
parketnummer: /
rk-nummer: 21-010904
Beslissing op het verzoekschrift ex artikel 29f (voorheen 36) van het Wetboek van Strafvordering
Beslissing op het verzoekschrift ex artikel 29f van het Wetboek van Strafvordering (hierna te noemen: Sv) ingekomen ter griffie op 22 juli 2021, in de zaak:
[verzoeker]
geboren op [geboortedag] 1988 te [geboorteplaats]
wonende op het adres [adres]
woonplaats kiezende ten kantore van mr. S.A.A.P. van Hees, Duivelsbruglaan 22 te 4835 JE Breda.
Verzoeker is Gusneev voornoemd.

1.De procedure

De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:
  • het verzoekschrift ex artikel 29f Sv;
  • de schriftelijke reactie van de officier van justitie;
  • de beslissing van de rechtbank van 26 november 2021;
  • de beslissing van de rechtbank van 4 juli 2022.
Op 5 augustus 2022 heeft het onderzoek in raadkamer plaatsgevonden. Hierbij is de officier van justitie mr. G. Oosterveld gehoord.
Op 5 november 2021 is het verzoek met bovengenoemd raadkamernummer in raadkamer behandeld. Bij beslissing van 26 november 2021 heeft de rechtbank naar aanleiding van het verhandelde tijdens die zitting overwogen dat, gelet op de omstandigheid dat verdachte inmiddels bijna drie jaar in het ongewisse verkeerde of hij al dan niet vervolgd zal gaan worden en de vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie in de raadkamer nog erg weinig informatie omtrent de nog te verwachten duur van het onderzoek kon verstrekken, het onderzoek heropend werd en het verzoek tot beëindiging van de strafzaak werd aangehouden voor een periode van zes maanden in afwachting van nader bericht van het Openbaar Ministerie omtrent de verdere strafrechtelijke vervolging van verzoeker.
Vervolgens is op 4 juli 2022 het verzoek met bovengenoemd raadkamernummer in raadkamer behandeld. Bij beslissing van 18 juli 2022 heeft de rechtbank naar aanleiding van het verhandelde tijdens die zitting overwogen dat, hoewel er nog altijd geen vervolgingsbeslissing is genomen, niet kan worden vastgesteld dat het Openbaar Ministerie sinds de beslissing van 26 november 2021 inactief is geweest. Het eindproces-verbaal is eind mei 2022 door het Openbaar Ministerie ontvangen en doorgestuurd naar de beoordelaar. Daarnaast is overwogen dat het Openbaar Ministerie de afgelopen zes maanden de nodige stappen heeft gezet in het afronden van het onderzoek en dat het dossier zich in de laatste (beoordelings)fase bevindt. De rechtbank heeft het onderzoek heropend en de behandeling van het verzoek tot beëindiging van de strafzaak aangehouden tot 5 augustus 2022. Daarbij heeft de rechtbank het Openbaar Ministerie op grond van artikel 23 Sv Pro bevolen om voor de nieuwe zittingsdatum een beslissing te hebben genomen aangaande de strafrechtelijke vervolging van verzoeker.
De officier van justitie heeft op 29 juli 2022 per e-mail te kennen gegeven dat door de zaaksofficier van justitie wordt gewerkt aan de beoordeling dan wel dagvaarding. Daarbij is voorts opgemerkt dat verzoeker zal worden gedagvaard ter zake witwassen. De zaak zal op een zitting van de meervoudige kamer gepland worden.
De raadsvrouw heeft op 4 augustus 2022 per e-mail laten weten dat zij en verzoeker niet bij de behandeling in raadkamer zullen verschijnen, nu het Openbaar Ministerie heeft voldaan aan de opdracht van de rechtbank van 26 november 2021.
De officier van justitie heeft zich in raadkamer op het standpunt gesteld dat het verzoek dient te worden afgewezen. Daartoe is aangevoerd dat verzoeker vervolgd zal worden. Hoewel er nog geen formele vervolgingsbeslissing is genomen zal de beslissing tot dagvaarden op korte termijn worden genomen, te weten voor de vakantie van de zaaksofficier van justitie.

2.De beoordeling

De rechtbank overweegt als volgt.
De rechtbank is bevoegd om het verzoek in behandeling te nemen.
Bij de toepassing van artikel 29f Sv staat het belang van de verzoeker voorop om duidelijkheid te verkrijgen omtrent de tegen hem aangevangen en nog niet beëindigde vervolging door het Openbaar Ministerie. De maatstaf bij de beoordeling van het verzoek is of in de zaak van de verzoeker, die nog niet formeel is geëindigd, niettemin gezegd kan worden dat de vervolging niet wordt voortgezet.
De rechtbank stelt vast dat er tot aan het moment van de raadkamerbehandeling nog geen formele daad van vervolging heeft plaatsgevonden. Zij is echter van oordeel dat voldoende aannemelijk is geworden dat deze daad van vervolging wel gaat plaatsvinden, nu deze zowel bij e-mail van 29 juli 2022 als in raadkamer van 5 augustus 2022 is aangekondigd door de officier van justitie. Zij gaat er dan ook vanuit dat verzoeker op zeer korte termijn zal worden gedagvaard om te verschijnen voor een zitting van de meervoudige kamer. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat zich niet de situatie voordoet dat de vervolging niet wordt voortgezet. Zij zal het verzoek dan ook afwijzen.

3.De beslissing

De rechtbank
- wijst het verzoek tot beëindiging van de strafzaak af.
Deze beslissing is op 19 augustus 2022 gegeven door mr. J.C.A.M. Los, rechter, in tegenwoordigheid van mr. M. van Grinsven, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 augustus 2022.