ECLI:NL:RBZWB:2022:4947

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
21 juli 2022
Publicatiedatum
26 augustus 2022
Zaaknummer
9993595 OV VERZ 22-6575
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • Eijssen-Vruwink
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:193 lid 1 BWVerordening (EG) nr. 2201/2003Verordening (EU) 650/2012Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996Artikel 13 Europese erfrechtverordening
Verwijzingen
8 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging tot verwerping nalatenschap namens minderjarige met woonplaats in Nederland

Op 4 mei 2021 is de overledene in België overleden, waarbij de nalatenschap in België is opengevallen. De minderjarige erfgenaam heeft haar gewone verblijfplaats in Nederland. Verzoeker, als wettelijke vertegenwoordiger en zoon van de overledene, verzoekt om machtiging om namens de minderjarige de nalatenschap te verwerpen vanwege schulden en minimale contact.

De kantonrechter oordeelt bevoegd te zijn op grond van Brussel II-bis-verordening, aangezien de minderjarige in Nederland woont en het verzoek verband houdt met ouderlijke verantwoordelijkheid en vermogensbeheer. Tevens wordt het verzoek beoordeeld naar Nederlands recht conform het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996.

Omdat de wettelijke vertegenwoordiger namens de minderjarige niet zuiver kan aanvaarden, is machtiging vereist voor verwerping. De machtiging wordt voorwaardelijk verleend, aangezien de minderjarige nog geen erfgenaam is. Verzoeker dient de verwerping in het boedelregister van de rechtbank te laten inschrijven en de Belgische autoriteiten binnen de wettelijke termijn te informeren.

Tegen deze beschikking kan binnen drie maanden hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch, via een advocaat.

Uitkomst: De kantonrechter verleent voorwaardelijke machtiging om namens de minderjarige de nalatenschap te verwerpen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Cluster I Civiele kantonzaken
Tilburg
zaaknummer 9993595 OV VERZ 22-6575
beschikking d.d. 21 juli 2022 op een verzoek ex artikel 4:193 lid 1 BW Pro
ingediend door:
[verzoeker]
wonende te [adres]
gemachtigde: mr. J.E.M. Smeets, notaris te Goirle

1.Het verzoek

1.1.
Op 12 juli 2022 werd ter griffie van deze rechtbank een verzoekschrift met bijlagen ontvangen. Het verzoek strekt ertoe de machtiging van de kantonrechter te verkrijgen om namens de hierna genoemde minderjarige een nalatenschap te kunnen verwerpen.
1.2.
Ter onderbouwing van dat verzoek heeft verzoeker gesteld dat hij een zoon is van de overledene. De overledene heeft in Nederland geen testament laten maken. Op grond van de wettelijke regels van het versterferfrecht treedt verzoeker daarom op als een van de erfgenamen. In verband met de schulden in de nalatenschap en omdat er tussen hem en de overledene slechts minimaal contact was, heeft hij het voornemen de nalatenschap te verwerpen, zowel voor zichzelf, als voor de minderjarige, aldus verzoeker.

2.De beoordeling

2.1.
Uit het verzoekschrift volgt dat op 4 mei 2021 te Turnhout (België) is overleden [naam A] . De overledene is geboren te [plaats A] op [geboortedatum] . Zijn laatste woonplaats was Poppel (gemeente Ravels, België).
2.2.
Overwogen wordt dat nu de nalatenschap in België is opengevallen, zodat de afwikkeling daarvan door Belgisch recht wordt beheerst, terwijl de minderjarige in Nederland woonachtig is, moet worden onderzocht of de kantonrechter bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen en, wanneer dat het geval is, of het verzoek naar het Nederlandse of het Belgische recht moet worden beoordeeld.
2.3.
Naar het oordeel van kantonrechter is zij bevoegd om van het verzoek kennis te nemen. Daartoe wordt het volgende overwogen.
Op grond van de door verzoeker verstrekte informatie wordt vastgesteld dat de minderjarige haar gewone verblijfplaats in Nederland heeft. Omdat verzoeker in de uitoefening van zijn ouderlijke verantwoordelijkheid door middel van het verzoek vraagt om een maatregel ter bescherming van de minderjarige, welke maatregel verband houdt met het beheer of de instandhouding van dan wel de beschikking over het vermogen van de minderjarige, is Verordening (EG) nr. 2201/2003 (Brussel II-bis) op deze zaak van toepassing. Dit volgt uit artikel 1 lid Pro 1, onder b, in verbinding met lid 2, onder e van die verordening. De verordening bepaalt in artikel 8 lid 1 dat Pro ter zake van de ouderlijke verantwoordelijkheid bevoegd zijn de gerechten van de lidstaat op het grondgebied waarvan het kind zijn gewone verblijfplaats heeft op het tijdstip dat de zaak bij het gerecht aanhangig wordt gemaakt.
2.4.
Geoordeeld wordt verder dat het verzoek naar Nederlands recht moet worden beoordeeld. Dit volgt uit artikel 15 lid Pro 1, in verbinding met artikel 5 lid 1 en Pro artikel 3, aanhef en onder g van het Verdrag inzake de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning, de tenuitvoerlegging en de samenwerking op het gebied van ouderlijke verantwoordelijkheid en maatregelen ter bescherming van kinderen (Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996).
2.5.
Naar Nederlands erfrecht kan de wettelijke vertegenwoordiger van een minderjarige erfgenaam namens die minderjarige een nalatenschap niet zuiver aanvaarden en behoeft hij voor verwerping van een nalatenschap een machtiging van de kantonrechter (artikel 4:193 lid 1 BW Pro). Verzoeker stelt dat hij het voornemen heeft om de nalatenschap te verwerpen. Zodra hij dit doet erft de minderjarige mogelijk bij plaatsvervulling.
2.6.
Gezien de gegeven toelichting op het verzoek wordt geoordeeld dat er aanleiding is om de gevraagde machtiging te verlenen. Omdat de minderjarige thans nog geen erfgenaam is zal de machtiging voorwaardelijk worden verleend.
2.7.
Verzoeker kan de keuze tot verwerping van de nalatenschap doen inschrijven in het boedelregister dat bij deze rechtbank wordt gehouden (artikel 13 Europese Pro erfrechtverordening, in verbinding met artikel 2 lid 2 Uitvoeringswet Pro Verordening erfrecht). Dit laat echter onverlet dat verzoeker de Belgische autoriteit die bevoegd is om uitspraak te doen over de erfopvolging, binnen de termijn die daarvoor in het Belgische recht is bepaald, ervan in kennis dient te stellen dat inschrijving in het boedelregister van de rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft plaatsgevonden (zie preambule 32 van de Europese erfrechtverordening en tevens het arrest van het EHvJ van 2 juni 2022, ECLI:EU:C:2022:426, rov. 48 en 49).
3. De beslissing
De kantonrechter:
verleent verzoeker, in
zijn hoedanigheid van wettelijke vertegenwoordiger van
[naam B] , geboren te [plaats B] op [geboortedatum B] ,
machtiging om de nalatenschap van [naam A] te verwerpen zodra de minderjarige tot die nalatenschap wordt geroepen.
Deze beschikking is gegeven door mr. Eijssen-Vruwink en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 21 juli 2022, in tegenwoordigheid van de griffier.
Tegen deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld:
door de verzoek(st)er en door de in de procedure verschenen belanghebbenden: binnen drie maanden te rekenen van de dag van de uitspraak;
door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na de betekening van de beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.
Het beroepschrift moet door tussenkomst van een advocaat worden ingediend bij het gerechtshof te 'sHertogenbosch.