Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
Regio Rotterdam-Dordrecht,
1.Het procesverloop
- een vertegenwoordiger van de Raad;
- een vertegenwoordiger van de GI;
- de pleegmoeder (telefonisch), bijgestaan door een tolk in de Oekraïense taal.
- de moeder.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 8 augustus 2022 een verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming tot het toewijzen van tijdelijke voogdij over vier alleenreizende Oekraïense minderjarige kinderen die sinds maart 2022 in Nederland verblijven. De kinderen waren eerder in Oekraïne aan een pleegmoeder toevertrouwd en zijn met haar gevlucht vanwege de oorlogssituatie. De moeder, die volgens Oekraïens recht het gezag heeft, is onbekend en niet bereikbaar.
De rechtbank stelde vast dat zij internationaal bevoegd was op grond van Brussel II bis en dat Nederlands recht van toepassing is volgens het Haag Kinderbeschermingsverdrag 1996. Omdat het gezag van de moeder door onbekendheid van haar verblijfplaats van rechtswege is geschorst, moest een voogd worden benoemd. De Raad verzocht de voogdij toe te wijzen aan Stichting Nidos, de gecertificeerde instelling.
Hoewel de pleegmoeder wenste als voogd te worden benoemd, oordeelde de rechtbank dat het in het belang van de kinderen is dat Stichting Nidos de tijdelijke voogdij krijgt. De pleegmoeder behoudt de dagelijkse zorg en krijgt ondersteuning van een voogdijwerker. Beslissingen worden zoveel mogelijk in samenspraak genomen. De rechtbank benadrukte dat de kinderen niet zonder toestemming van de pleegmoeder in een ander pleeggezin mogen worden geplaatst.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de beslissing is schriftelijk vastgesteld op 19 augustus 2022. Hoger beroep is mogelijk via het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.
Uitkomst: De rechtbank wijst de tijdelijke voogdij toe aan Stichting Nidos met behoud van dagelijkse zorg door de pleegmoeder.