ECLI:NL:RBZWB:2022:4871
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen vaststelling WOZ-waarde bovenwoning met achterstallig onderhoud afgewezen
Belanghebbende is eigenaar van een bovenwoning waarvan de WOZ-waarde per 1 januari 2020 door de heffingsambtenaar is vastgesteld op €188.000. Belanghebbende maakte bezwaar tegen deze waarde, stellende dat de woning door achterstallig onderhoud en gebreken zoals lekkend dak en instortingsgevaar op het balkon feitelijk niets of zelfs een negatieve waarde heeft. De heffingsambtenaar heeft het bezwaar ongegrond verklaard waarna belanghebbende beroep instelde.
Tijdens de zitting heeft de rechtbank overwogen dat de heffingsambtenaar de WOZ-waarde heeft onderbouwd met een waardematrix en vergelijkingsobjecten die qua ligging, bouwjaar en kenmerken voldoende vergelijkbaar zijn. De heffingsambtenaar heeft bovendien een correctie van €20.000 toegepast vanwege de staat van onderhoud, gebaseerd op een externe taxatie en een beoordeling van de buitenzijde van de woning.
Belanghebbende heeft nagelaten om zijn stellingen over het achterstallig onderhoud te onderbouwen met foto’s, rapporten of door medewerking te verlenen aan een inpandige opname. Ook het verzoek om gespreksopnamen te overleggen werd afgewezen wegens gebrek aan relevantie. Daarnaast werd het beroep op overlast van het naastgelegen pand niet aannemelijk gemaakt. De rechtbank concludeert dat de heffingsambtenaar voldoende heeft aangetoond dat de waarde niet te hoog is vastgesteld en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €188.000 wordt ongegrond verklaard.