ECLI:NL:RBZWB:2022:4863
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing omgevingsvergunning voor ponton drijvend terras in strijd met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg verleende op 28 mei 2020 een omgevingsvergunning voor het bouwen van een ponton ten behoeve van een drijvend terras bij een schip aan een adres in Tilburg. Omwonenden maakten bezwaar tegen deze vergunning vanwege onder meer strijd met het bestemmingsplan, mogelijke overlast en het ontbreken van regels omtrent openings- en sluitingstijden. Het bezwaar werd ongegrond verklaard, waarna de eisers beroep instelden bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelde dat het college de aanvraag terecht gesplitst had in een vergunning voor het ponton en een aparte vergunning voor de opbouw met parasols. Het bouwplan was weliswaar in strijd met het bestemmingsplan omdat een deel van het ponton buiten het functieaanduidingsvlak horeca was gelegen, maar het college mocht de vergunning toch verlenen op grond van artikel 2.12 Wabo in samenhang met het Besluit omgevingsrecht, mits het plan niet in strijd was met goede ruimtelijke ordening.
De rechtbank stelde vast dat het akoestisch onderzoek bij het bestemmingsplan voldoende waarborg bood dat de geluidsbelasting acceptabel bleef, mits het aantal bezoekers beperkt bleef tot 127 personen. Ook de vrees voor het ontbreken van regels over openings- en sluitingstijden werd ongegrond verklaard, omdat deze via andere regelgeving waren geregeld. Ten slotte werd het beroep op de Dienstenrichtlijn verworpen wegens gebrek aan belang. Het beroep werd ongegrond verklaard en het college werd niet veroordeeld tot proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van omwonenden tegen de omgevingsvergunning voor het ponton drijvend terras wordt ongegrond verklaard.