Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.De procedure
2.Het geschil
3.De beoordeling
- Wonenbreburg heeft in een brief in november 2021 aan [gedaagde] medegedeeld dat er een plan was gemaakt om groot onderhoud te doen plaatsvinden aan het complex, waaronder ook het gehuurde, met als doel het gehuurde te verbeteren, te verduurzamen en de woonlasten te verlagen.
- In een latere brief van 11 februari 2022 is aan [gedaagde] meegedeeld dat 74% van de huurders schriftelijk heeft ingestemd met het plan, waarmee de wettelijke mijlpaal van 70% is bereikt, zodat verder kan worden gegaan met de voorbereidingen, dat het plan wordt uitgevoerd bij alle woningen en dat de huurders die nog geen akkoordverklaring hebben afgegeven wettelijk verplicht zijn aan de uitvoering van het plan mee te werken. In deze brief is [gedaagde] gewezen op de mogelijkheid om binnen 8 weken een procedure bij de kantonrechter te starten als hij het niet eens is met dit plan en niet mee wil werken aan de uitvoering hiervan.
- [gedaagde] heeft niet ingestemd met de geplande werkzaamheden en heeft verder niet gereageerd of een procedure bij de kantonrechter gestart.
- In totaal heeft (uiteindelijk) ruim 84% van de huurders van het complex, die dezelfde brief hebben gehad als [gedaagde] , schriftelijk ingestemd met het plan.
- Wonenbreburg heeft voor 7 april 2022 een huisbezoek aan [gedaagde] aangekondigd om de benodigde voorbereidingen te bespreken. [gedaagde] heeft Wonenbreburg op dat moment de toegang geweigerd. Aan [gedaagde] is verzocht om een nieuwe afspraak in te plannen. Dat heeft [gedaagde] niet gedaan.
- Wonenbreburg heeft [gedaagde] op 14 april 2022 (per gewone en aangetekende post) aangeschreven om uiterlijk op 19 april 2022 afspraak te maken voor een huisbezoek om de woning te bekijken en de benodigde voorbereidingen te bespreken.
- [gedaagde] heeft niet gereageerd op de brief van 14 april 2022.