ECLI:NL:RBZWB:2022:4778
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen toekenning bijzondere bijstand in de vorm van geldlening voor matras
Eiseres, met een uitkering op grond van de Participatiewet, vroeg bijzondere bijstand aan voor de aanschaf van een matras en matrasbeschermers. Het college wees de aanvraag aanvankelijk af omdat eiseres al over matrassen beschikte. Na bezwaar kende het college bijzondere bijstand toe in de vorm van een geldlening voor één matras, waarbij eiseres 10% van de bijstandsnorm per maand moest aflossen. De bijzondere bijstand voor matrasbeschermers werd afgewezen.
De rechtbank beoordeelde het beroep van eiseres tegen deze toekenning. Eiseres stelde dat er geen sprake was van onvoldoende besef van verantwoordelijkheid en dat bijzondere bijstand om niet had moeten worden toegekend vanwege bijzondere omstandigheden. De rechtbank stelde vast dat eiseres geen bewijs had geleverd van een boedelverdeling die haar het bezit van matrassen ontnam, waardoor het college terecht het tekortschietend besef van verantwoordelijkheid aannam.
Daarnaast bevestigde de rechtbank dat het college volgens zijn vaste gedragslijn bijzondere bijstand voor duurzame gebruiksgoederen als geldlening verstrekt, tenzij eiseres drie jaar een inkomen op bijstandsniveau heeft gehad, wat zij niet aannemelijk maakte. De rechtbank oordeelde dat deze gedragslijn niet onredelijk is en binnen de wettelijke kaders past.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees zij terugbetaling van griffierecht en proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en de bijzondere bijstand in de vorm van een geldlening wordt bevestigd.