ECLI:NL:RBZWB:2022:4761

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
17 augustus 2022
Publicatiedatum
17 augustus 2022
Zaaknummer
C/02/398093 / KG ZA 22-239
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
  • Poerink
  • Van der Weide
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 843a RvArt. 6 RvArt. 13b Woningwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering tot afgifte vertrouwelijke stukken inzake beheer Camping Fort Oranje

Divine Investments Limited en Recreatiepark Fort Oranje BV vorderden in kort geding dat de gemeente Zundert hen op straffe van een dwangsom zou veroordelen tot afgifte van diverse vertrouwelijke stukken, waaronder een advies van AKD, RIEC-sjablonen en vrijwaringen, met betrekking tot het beheer van Camping Fort Oranje.

Zij stelden dat de gemeente onrechtmatig had gehandeld door onder het mom van beheer de camping te ontmantelen, wat leidde tot aanzienlijke vermogensschade. De stukken waren noodzakelijk voor bewijsvoering in een toekomstige schadevergoedingsprocedure.

De gemeente erkende het bezit van de stukken maar verweerde zich met het vertrouwelijke karakter van het advies en betwistte het spoedeisend belang. De voorzieningenrechter oordeelde dat het belang van de gemeente bij vertrouwelijkheid van het advies zwaarder woog dan het belang van Divine en Fort Oranje bij inzage. Voor de overige gevorderde stukken werd het belang van de eisers onvoldoende concreet of was het belang reeds weggevallen.

De vorderingen werden afgewezen en Divine en Fort Oranje werden veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: De vordering tot afgifte van vertrouwelijke stukken wordt afgewezen en Divine en Fort Oranje worden veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ZEELANDWEST-BRABANT

Locatie Breda
Cluster II Handelszaken
zaaknummer / rolnummer: C/02/398093 / KG ZA 22-239
Vonnis in kort geding van 17 augustus 2022
in de zaak van
1. rechtspersoon naar vreemd recht
DIVINE INVESTMENTS LIMITED,
gevestigd te Ras al Khaimah, Verenigde Arabische Emiraten,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
RECREATIEPARK FORT ORANJE BV,
gevestigd te Hendrik-Ido-Ambacht,
eiseressen,
advocaat mr. J.B. Maliepaard te Rotterdam,
tegen
de publiekrechtelijke rechtspersoon
DE GEMEENTE ZUNDERT,
zetelend te Zundert,
gedaagde,
advocaat mr. B.J.P.G. Roozendaal te Breda.
Eiseressen zullen hierna Divine en Fort Oranje worden genoemd en gedaagde de gemeente Zundert.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding van 9 juli 2022 met producties 1 t/m 24;
  • de producties 25 en 26 van de zijde van Divine en Fort Oranje;
  • de conclusie van antwoord met producties 1 t/m 5;
  • de mondelinge behandeling op 3 augustus 2022;
  • de pleitnota van Divine en Fort Oranje.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.IPR

2.1.
De Nederlandse rechter heeft rechtsmacht omdat er volgens Divine en Fort Oranje sprake is van verbintenissen uit onrechtmatige daad en het schade-brengende feit zich in Nederland heeft voorgedaan (artikel 6 Rv Pro). De voorzieningenrechter is bevoegd omdat de gemeente Zundert in dit arrondissement is gezeteld. Divine en Fort Oranje hebben toepasselijkheid van het Nederlands recht verzocht. De gemeente Zundert zich heeft gerefereerd aan het oordeel van de voorzieningenrechter. De voorzieningenrechter zal Nederlands recht toepassen.

3.Het geschil

3.1.
Divine en Fort Oranje vorderen als voorlopige voorziening de gemeente Zundert op straffe van een dwangsom te veroordelen om aan hen afschrift te verschaffen van de in het WOB-verzoek vermelde stukken, te weten het advies van AKD over toepassing van de Woningwet, twee versies van het ingevulde RIEC-sjabloon Signaalbeeld en de in de getuigenverhoren genoemde stukken betreffende de vrijwaringen van [naam 1] , [naam 2] en de gebroeders [naam 3] dan wel aan hen gelieerde vennootschappen dan wel aan andere partijen afgegeven vrijwaringen betreffende het gevoerde beheer, inclusief de daarover gevoerde schriftelijke correspondentie en de schriftelijke correspondentie en vastlegging betreffende de overdracht van het beheer bij het beëindigen van de opdracht aan [BV 1]
3.2.
De gemeente Zundert voert verweer.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
Tussen partijen staat het volgende vast.
  • Fort Oranje heeft in eigendom de onroerende zaken gelegen aan de Bredaseweg 33 te Rijsbergen. Zij exploiteerde daar tot 23 juni 2017 een recreatiepark, bekend als Camping Fort Oranje.
  • Divine is houdster van hypotheekrechten gevestigd op voormelde onroerende zaken.
  • De gemeente Zundert heeft per 23 juni 2017 het beheer van de camping overgenomen. Het besluit daartoe is gebaseerd op artikel 13b Woningwet.
- De gemeente Zundert heeft aan [BV 1] opdracht gegeven tot beheer en onderhoud van de camping.
- In opdracht van de gemeente Zundert zijn door [BV 2] stacaravans van de camping verwijderd.
- Tussen partijen zijn diverse gerechtelijke procedures gevoerd.
- Bij deze rechtbank hebben voorlopig getuigenverhoren plaatsgevonden. Daarbij zijn onder meer gehoord [naam 1] (betrokken bij het beheer van de camping), [naam 2] (verbonden aan [BV 1] ) en de gebroeders [naam 3] (verbonden aan [BV 2] ).
4.2.
Divine en Fort Oranje hebben zich op het standpunt gesteld dat de gemeente
Zundert jegens haar onrechtmatig heeft gehandeld omdat zij onder het mom van beheer in de zin van artikel 13b Woningwet de eigendommen van Fort Oranje (waaronder honderden stacaravans met een waarde van enkele duizenden tot tienduizenden euro’s alsmede de infrastructuur zoals wegen, riolen en greppels) volledig heeft ontmanteld en gesloopt. Het terrein is ontdaan van elke exploitatiemogelijkheid of andere economische functie en is nu al geruime tijd braakliggend. Divine en Fort Oranje stellen dat de gemeente steeds tot doel heeft gehad tot een volledige ontmanteling en vernietiging van de camping te komen en dat zij nooit enige intentie heeft gehad om de camping te beheren of deze leefbaar te maken. Dit blijkt volgens Divine en Fort Oranje uit het doel van de projecten “Maisveld” en “Bloedkoraal”. Divine en Fort Oranje vermoeden dat deze schade toebrengende actie samenhangt met de uitvoering van geheimgehouden afspraken om van hen vermogen te ontnemen dan wel aan hen vermogensschade toe te brengen. Divine en Fort Oranje stellen dat er inmiddels harde bewijzen beschikbaar zijn dat de gemeente Zundert heeft gehandeld in nauwe samenwerking met de Belastingdienst, de curator van de gefailleerde [BV 3] en andere overheidsdiensten om deze doelen te bereiken.
Divine en Fort Oranje stellen dat zij als gevolg van de handelwijze van de gemeente Zundert schade hebben geleden, die zij vooralsnog begroten op circa
€ 7.200.000,00. Zij zijn voornemens de gemeente Zundert (en andere partici-perende partijen) daarvoor aansprakelijk te stellen en zij zijn voorbereidingen aan het treffen voor een schadevergoedingsprocedure. Hoewel Divine en Fort Oranje al de nodige stappen in het kader van de waarheidsvinding hebben genomen ontbreken nog de essentiële bewijsstukken. Omdat de gemeente Zundert weigert hun daarvan een afschrift te verstrekken, zien Divine en Fort Oranje zich in het belang van de waarheidsvinding genoodzaakt om op grond van artikel 843a Rv exhibitie van deze stukken te verlangen.
4.3.
De gemeente Zundert erkent dat zij de stukken, waarvan gevorderd wordt een afschrift te verstrekken, in haar bezit heeft. Zij weigert deze stukken aan Divine en Fort Oranje te verstrekken indien en voor zover zij dat nog niet heeft gedaan. Bovendien betwist zij het spoedeisend belang bij de gevorderde voorziening.
4.4.
Naar het oordeel van de voorzieningenrechter hebben Divine en Fort Oranje voldoende spoedeisend belang bij hun vordering. Gebleken is dat de gemeente Zundert bezig is met het nemen van executoriale maatregelen tegen Fort Oranje met betrekking tot de door haar gemaakte (beheers)kosten van ruim
€ 5.300.000,00. Dit raakt ook Divine omdat zij als hypotheekhouder de executie dient over te nemen. Met dit vooruitzicht is het begrijpelijk dat Divine en Fort Oranje op korte termijn willen onderzoeken welke kansen zij hebben in de bodemprocedure tegen de gemeente Zundert.
4.5.
Bij de beantwoording van de vraag of een vordering tot overlegging van gegevens voor toewijzing in aanmerking komt, stelt de voorzieningenrechter voorop dat artikel 843a Rv niet voorziet in een onbeperkt recht op gegevens van degene die de gegevens heeft. De bepaling stelt de inzage afhankelijk van een aantal vereisten waaraan moet zijn voldaan. Vereist is
(1) dat Divine en Fort Oranje een rechtmatig belang hebben bij de inzage en het afschrift;
(2), dat het gaat om bepaalde bescheiden;
(3) dat de gegevens betrekking hebben op een rechtsbetrekking waarin Divine en/of Fort Oranje (of hun rechtsvoorganger) partij is;
(4) en dat de gemeente Zundert de gegevens tot haar beschikking of onder haar berusting heeft.
De vordering kan alsnog worden afgewezen indien de omstandigheden van lid 3 (geheimhoudingsverplichting) of lid 4 (gewichtige redenen of als redelijkerwijs kan worden aangenomen dat een behoorlijke rechtsbedeling ook zonder verschaffing van de gevraagde gegevens is gewaarborgd) zich voordoen.
4.6.
De gemeente Zundert heeft niet weersproken dat ten aanzien van de bescheiden waarvan afschrift wordt gevorderd aan de hiervoor genoemde vereisten 2 t/m 4 is voldaan, behoudens voor wat betreft vereiste 3 ten aanzien van de vrijwaringen.
Het advies van AKD
4.7.
Divine en Fort Oranje stellen dat het advies ten grondslag heeft gelegen aan het besluit van de gemeente Zundert om het beheer van de camping over te nemen. Het is volgens hen een belangrijk bewijsstuk met betrekking tot het oogmerk en daarmee de rechtmatigheid van dat besluit. Ook hopen zij in het advies een ant-woord te vinden op de vraag of het gebruik van artikel 13b Woningwet voorzien was.
4.8.
De gemeente Zundert stelt zich op het standpunt dat Divine en Fort Oranje geen rechtmatig belang hebben bij een afschrift van het advies. Zij stelt dat het mogelijk moet zijn om zich vertrouwelijk te laten adviseren en dat er sprake is van gewich-tige redenen in de zin van artikel 843a lid 4 Rv die zich verzetten tegen afgifte van het vertrouwelijke advies. Bovendien is het advies afkomstig is van een geheim-houder.
4.9.
Hoewel de gemeente Zundert zelf geen geheimhouder is en zij zich niet op een (afgeleid) verschoningsrecht kan beroepen, kan zij toch een gerechtvaardigd belang hebben om te weigeren een afschrift van het advies aan Divine en Fort Oranje te verstrekken. Het advies betreft informatie die de gemeente Zundert met haar advocaat in diens hoedanigheid heeft uitgewisseld en waarvan de raadpleging of verstrekking niet kan geschieden zonder dat geopenbaard wordt wat, gelet op de vertrouwenssfeer tussen de gemeente Zundert enerzijds en haar advocaat anderzijds, verborgen dient te blijven. Het belang dat iedereen de vrijheid heeft om een vertrouwenspersoon te raadplegen zonder vrees voor openbaarmaking van hetgeen aan die vertrouwenspersoon in diens hoedanigheid wordt toevertrouwd zou onaanvaardbaar worden geschaad indien degene die een geheimhouder wil raadplegen niet vrijelijk en zonder vrees voor openbaring zou kunnen vastleggen en bewaren hetgeen hij zelf aan de geheimhouder heeft toevertrouwd en hetgeen de geheimhouder hem heeft meegedeeld. (HR 3 april 2020 CLI:NL:HR:2020:600) De gemeente Zundert hoeft ook niet te motiveren waarom het advies vertrouwelijk is, want dat is niet mogelijk zonder de inhoud van het advies prijs te geven.
De vertrouwelijkheid van de met de advocaat uitgewisselde informatie kan voor de gemeente Zundert een gewichtige reden zijn in de zin van artikel 843a Rv lid 4 om in zoverre niet te voldoen aan haar plicht om op grond van artikel 843a lid 1 Rv inzage te geven in de stukken die Divine en Fort Oranje nodig achten.
4.10.
Hoewel Divine en Fort Oranje belang hebben bij afgifte van een afschrift van het advies om daarmee haar bewijs rond te krijgen, is naar het oordeel van de voorzieningenrechter dat belang niet zo zwaarwegend, dat daarvoor het belang van de gemeente Zundert bij bescherming van het vertrouwelijk karakter van het advies moet wijken.
Het ingevulde RIEC-sjabloon Signaalbeeld en het conceptdocument daarvan.
4.11.
Deze stukken zijn volgens Divine en Fort Oranje eveneens van groot belang om de onrechtmatigheid van de aanpak aan te tonen. Uit deze stukken blijkt de intentie van de gemeente Zundert bij het doen van de melding als ook in hoeverre zij toen al voornemens was om de ontmanteling en onteigening te bereiken middels samenwerking met verschillende overheidspartners.
4.12.
De gemeente Zundert stelt dat Divine en Fort Oranje niet eerder om een afschrift van deze stukken hebben verzocht. De gemeente Zundert wijst erop dat het ingevulde RIEC-sjabloon Signaalbeeld als productie 9 was gevoegd bij de conclusie van antwoord in de kort gedingprocedure tussen partijen bij deze rechtbank met zaaknummer C02/371304 KGZA 20-195. Het concept-document is in door de gemeente Zundert als productie 5 bij de conclusie van antwoord in dit kort geding overgelegd.
4.13.
Divine en Fort Oranje hebben niet betwist dat zij al over het ingevulde RIEC-Sjabloon Signaalbeeld beschikken. Nu zij inmiddels ook de beschikking hebben over het concept-document betekent dit dat Divine en Fort Oranje geen belang meer hebben bij het door hen gevorderde afschrift van deze stukken.
De stukken betreffende de vrijwaringen, inclusief de daarover gevoerde correspondentie
4.14.
Divine en Fort Oranje stellen er belang bij te hebben om te kunnen achterhalen wat de gronden zijn geweest voor de vrijwaringen aan [naam 1] , [naam 2] en de gebroeders [naam 3] . De vrijwaringen zijn volgens Divine en Fort Oranje niet alleen gegeven omdat er sprake zou zijn van een risicovolle opdracht. Mogelijk moesten zij gevrijwaard worden omdat de gemeente Zundert voornemens was een onrechtmatige daad te plegen (namelijk misbruik van bevoegdheden om tot een feitelijke onteigening van de camping te komen) en daarvoor hun medewerking nodig had.
4.15.
De gemeente Zundert erkent dat zij aan de genoemde personen vrijwaringen heeft gegeven. Volgens haar is door Divine en Fort Oranje nooit eerder om een afschrift van die vrijwaringen en de daarover gevoerde correspondentie verzocht. Hoewel zij van mening is dat deze bescheiden zien op een rechtsbetrekking waarbij Fort Oranje geen partij is en zij dus op grond van artikel 843a Rv niet gehouden is deze te verstrekken, heeft zij de betreffende vrijwaringen en de verlengingen, voor zover zij daar over beschikt, overgelegd als productie 3 bij de conclusie van antwoord, waarbij zij heeft toegelicht dat zij daarin delen heeft weggelakt voor zover het privacygegevens betreft en voor zover het confraterneel overleg betreft over de inhoud van de vrijwaring.
Het is de gemeente Zundert niet duidelijk van welke stukken met betrekking tot de correspondentie omtrent de vrijwaring Divine en Fort Oranje afgifte vorderen, Indien en voor zover gedoeld wordt op stukken afkomstig van advocaten verzet de gemeente Zundert zich tegen verstrekking daarvan gelet op het vertrouwelijke karakter.
4.16.
Ook indien de vrijwaringen hun oorsprong vinden in een rechtsrelatie van de gemeente Zundert met derden neemt dit niet weg dat deze terdege relevant kunnen zijn in de (op onrechtmatige daad gebaseerde) rechtsbetrekking met Fort Oranje.
Daarmee voldoen deze stukken ook aan het onder rechtsoverweging 4.5. genoemde vereiste 3.
4.17.
Door de gemeente Zundert zijn de verzochte vrijwaringen afgegeven. Divine en Fort Oranje hebben tijdens de mondelinge behandeling aangegeven dat zij er geen probleem mee hebben dat daarin de privacygegevens en confrater Nele correspondentie zijn weggelakt/weggelaten, maar dat zij van mening zijn dat er naast die privacygegevens veel meer tekst is weggelaten die voor hen wel relevant kan zijn. Door het weglaten van die tekstdelen zijn de vrijwaringen niet leesbaar en de gronden voor de vrijwaring niet kenbaar, terwijl het hen daar nu juist om te doen is
4.18.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat gelet op de door de gemeente Zundert gegeven toelichting op de weglating/weglakking van tekst in de vrijwaringen, de suggestie van Divine en Fort Oranje dat er mogelijk tekst is weggelaten die voor hen relevant zou kunnenzijn voor de beoordeling of er sprake is van onrechtmatige daad te weinig concreet is om de gemeente Zundert te dwingen de volledige tekst van de vrijwaring te overleggen.
4.19. .
Voor zover de vordering ziet op afgifte van de vrijwaringen van aan voormelde personen gelieerde vennootschappen dan wel aan andere partijen afgegeven vrijwaringen betreffende het gevoerde beheer is de voorzieningenrechter van oordeel dat dit te onbepaald is in de zin van artikel 843a Rv.
de schriftelijke correspondentie en vastlegging van de overdracht van het beheer bij het beëindigen van de opdracht aan Slufter Beheer.
4.20.
De voorzieningenrechter stelt vast dat door de gemeente Zundert als productie 4 bij haar conclusie van antwoord de Overdrachtsrapportage beheer Camping Fort Oranje van [BV 1] is overgelegd.
4.21.
De gemeente Zundert heeft gesteld dat zij privacygegevens in de rapportage onleesbaar heeft gemaakt en dat zij de bijlage waarin deze staan niet heeft bijgevoegd. Door Divine en Fort Oranje is daarover geen standpunt ingenomen.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat Divine en Fort Oranje daarom geen belang meer hebben bij hun vordering.
conclusie
4.22.
Hetgeen hiervoor is overwogen leidt tot de conclusie dat de vordering wordt afgewezen.
4.23.
Divine en Fort Oranje zullen als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van de gemeente Zundert worden begroot op:
- griffierecht € 676,00
- salaris advocaat
1.016,00
Totaal € 1.692,00
4.24.
De gevorderde veroordeling in de nakosten is in het kader van deze procedure slechts toewijsbaar voor zover deze kosten op dit moment reeds kunnen worden begroot. De nakosten zullen dan ook worden toegewezen op de wijze zoals in de beslissing vermeld.

5.De beslissing

De voorzieningenrechter:
5.1.
wijst de vorderingen af;
5.2.
veroordeelt Divine en Fort Oranje hoofdelijk in de proceskosten, aan de zijde van de gemeente Zundert gevallen en tot op heden begroot op € 1.692,00, te vermeer-deren met de wettelijke rente met ingang van de veertiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling;
5.3.
veroordeelt Divine en Fort Oranje in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 163,00, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat Divine en Fort Oranje niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis hebben voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 85,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, en te ver-meerderen met de wettelijke rente over de nakosten met ingang van veertien dagen na de betekening van dit vonnis tot aan de voldoening;
5.4.
verklaart dit vonnis voor wat betreft de onder 5.2. en 5.3. uitgesproken kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Poerink, voorzieningenrechter, en in het openbaar uitgesproken door mr. Van der Weide op 17 augustus 2022.