Uitspraak
RECHTBANK ZEELANDWEST-BRABANT
1.De procedure
- de dagvaarding van 9 juli 2022 met producties 1 t/m 24;
- de producties 25 en 26 van de zijde van Divine en Fort Oranje;
- de conclusie van antwoord met producties 1 t/m 5;
- de mondelinge behandeling op 3 augustus 2022;
- de pleitnota van Divine en Fort Oranje.
2.IPR
3.Het geschil
4.De beoordeling
- Fort Oranje heeft in eigendom de onroerende zaken gelegen aan de Bredaseweg 33 te Rijsbergen. Zij exploiteerde daar tot 23 juni 2017 een recreatiepark, bekend als Camping Fort Oranje.
- Divine is houdster van hypotheekrechten gevestigd op voormelde onroerende zaken.
- De gemeente Zundert heeft per 23 juni 2017 het beheer van de camping overgenomen. Het besluit daartoe is gebaseerd op artikel 13b Woningwet.
€ 7.200.000,00. Zij zijn voornemens de gemeente Zundert (en andere partici-perende partijen) daarvoor aansprakelijk te stellen en zij zijn voorbereidingen aan het treffen voor een schadevergoedingsprocedure. Hoewel Divine en Fort Oranje al de nodige stappen in het kader van de waarheidsvinding hebben genomen ontbreken nog de essentiële bewijsstukken. Omdat de gemeente Zundert weigert hun daarvan een afschrift te verstrekken, zien Divine en Fort Oranje zich in het belang van de waarheidsvinding genoodzaakt om op grond van artikel 843a Rv exhibitie van deze stukken te verlangen.
€ 5.300.000,00. Dit raakt ook Divine omdat zij als hypotheekhouder de executie dient over te nemen. Met dit vooruitzicht is het begrijpelijk dat Divine en Fort Oranje op korte termijn willen onderzoeken welke kansen zij hebben in de bodemprocedure tegen de gemeente Zundert.
(1) dat Divine en Fort Oranje een rechtmatig belang hebben bij de inzage en het afschrift;
De vordering kan alsnog worden afgewezen indien de omstandigheden van lid 3 (geheimhoudingsverplichting) of lid 4 (gewichtige redenen of als redelijkerwijs kan worden aangenomen dat een behoorlijke rechtsbedeling ook zonder verschaffing van de gevraagde gegevens is gewaarborgd) zich voordoen.
1.016,00