ECLI:NL:RBZWB:2022:4723
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering handhaving tegen bouwwerk zonder vergunning wegens functionele verbondenheid en feitelijke perceelsituatie
Eiser verzocht het college handhavend op te treden tegen een bouwwerk dat zonder omgevingsvergunning op het perceel aan de [straat] 6 te [plaats] was opgericht. Het college wees dit verzoek af omdat het bouwwerk volgens haar vergunningsvrij was. Eiser maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard, waarna hij beroep instelde bij de rechtbank.
De kern van het geschil betrof de vraag of het bouwwerk als een vergunningsvrij bijbehorend bouwwerk kon worden aangemerkt. Eiser stelde dat het bouwwerk niet functioneel verbonden was met het hoofdgebouw op hetzelfde perceel, mede omdat het werd gebruikt door de eigenaar van het naastgelegen perceel [straat] 4, en dat het college het recht van overpad onvoldoende had meegewogen.
De rechtbank volgde het college en oordeelde dat de feitelijke situatie leidend is, waarbij het bouwwerk functioneel verbonden is met het hoofdgebouw op het perceel van [straat] 4. De kadastrale eigendomssituatie en het recht van overpad zijn daarbij niet doorslaggevend. Tevens stelde de rechtbank vast dat het bouwwerk niet in strijd is met het bestemmingsplan en dat het beroep van eiser over het gelijkheidsbeginsel te laat was ingebracht.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde dat het college op goede gronden het handhavingsverzoek had afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot weigering van handhaving wordt ongegrond verklaard.