ECLI:NL:RBZWB:2022:4541

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
5 augustus 2022
Publicatiedatum
5 augustus 2022
Zaaknummer
AWB- 22_2322 VV
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening+bodemzaak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake op nihil vastgestelde subsidie energiedijken en getijdenenergie

Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het college van gedeputeerde staten van Zeeland waarbij de verleende subsidie van €4.100.000 voor het project energiedijken en getijdenenergie op nihil werd vastgesteld. Tevens werd verzoekster gemaand tot terugbetaling van €3.700.000 aan voorschotten.

Naar aanleiding van deze terugvordering heeft verzoekster een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83, derde lid, Awb besloten geen zitting te houden. Tijdens de procedure is het faillissement van verzoekster uitgesproken, waarna de curator heeft aangegeven dat terugbetaling op korte termijn niet mogelijk is en dat er geen spoedeisend belang bestaat.

Gezien het ontbreken van spoedeisend belang is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd en de uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter R.P. Broeders op 5 augustus 2022.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 22/2322 VV

uitspraak van 5 augustus 2022 van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam verzoekers], te [vestigingsplaats verzoekers], verzoekster.

en

het college van gedeputeerde staten van de provincie Zeeland, verweerder.

Procesverloop

Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het college van 21 december 2021 (bestreden besluit) inzake het op nihil vaststellen van de verleende subsidie van € 4.100.000,-- voor het project energiedijken en getijdenenergie (hierna: het project).
Op 8 maart 2022 heeft is verzoekster gemaand tot terugbetaling van € 3.700.000,-- aan ontvangen voorschotten.
Daarop heeft zij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een zitting achterwege gebleven.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
2. Op 24 mei 2022 is het faillissement van verzoekster uitgesproken. Op 26 juli 2022 heeft de curator laten weten dat van terugbetaling van de voorschotten op korte termijn geen sprake kan zijn en dat, gelet daarop, geen sprake is van een spoedeisend belang.
3. Dat leidt de voorzieningenrechter tot de conclusie dat het verzoek om voorlopige voorziening moet worden afgewezen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.P. Broeders, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. P.H.M. Verdonschot, griffier, op 5 augustus 2022 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
P.H.M. Verdonschot, griffier R.P. Broeders, voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.