ECLI:NL:RBZWB:2022:4438
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Eiser was aanvankelijk WIA-uitkeringsgerechtigd als gevolg van arbeidsongeschiktheid, maar zijn uitkering werd ingetrokken toen hij meer dan 65% van zijn oorspronkelijke loon verdiende. Na hervatting van de uitkering wegens ziekte binnen vijf jaar, besloot het UWV op 29 maart 2021 de WIA-uitkering te beëindigen per 1 juni 2021, omdat eiser minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn.
De rechtbank toetst deze beslissing aan de hand van medische rapporten van verzekeringsartsen en een arbeidsdeskundige. Uit het medisch onderzoek blijkt dat eiser beperkingen heeft door chronische rug-, nek- en schouderklachten, prikkelbare darmen en psychische klachten, maar dat hij toch in staat is tot passende arbeid. De Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) is zorgvuldig opgesteld en onderschat de beperkingen niet.
De arbeidsdeskundige heeft op basis van de FML drie passende functies geselecteerd die eiser kan vervullen. De rechtbank oordeelt dat deze functies medisch passend zijn en dat de berekende arbeidsongeschiktheid van 28,54% juist is. Omdat de arbeidsongeschiktheid onder de 35% blijft, is het besluit tot beëindiging van de WIA-uitkering terecht. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de beëindiging van de WIA-uitkering per 1 juni 2021 wegens een arbeidsongeschiktheid van 28,54%.