ECLI:NL:RBZWB:2022:4409
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.F.M.Q. van Dooren
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep navorderingsaanslag
Belanghebbende had beroep ingesteld tegen een navorderingsaanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (IB/PVV) over 2014, opgelegd door de inspecteur. Na afwijzing van het bezwaar door de inspecteur trok belanghebbende het beroep in, met het verzoek om vergoeding van proceskosten en griffierecht.
De intrekking vond plaats omdat belanghebbende een aanvraag deed voor een tegemoetkoming wegens dubbele premieheffing op grond van de Regeling Tijdelijke Tegemoetkoming Rijnvarenden, waarvoor vereist is dat de aanslag definitief is. De rechtbank heeft de inspecteur in de gelegenheid gesteld te reageren, die stelde dat geen sprake was van een gegrond beroep en dat belanghebbende berustte in het Nederlandse sociale zekerheidsstelsel.
De rechtbank oordeelt dat het beroep niet is ingetrokken vanwege enige tegemoetkoming van de inspecteur, aangezien de navorderingsaanslag niet is verminderd. Een mogelijke toekomstige tegemoetkoming op grond van de Regeling staat los van deze procedure. Daarom is geen reden voor vergoeding van proceskosten of griffierecht. Het verzoek wordt als kennelijk ongegrond afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding en griffierechtvergoeding wordt afgewezen omdat geen sprake is van tegemoetkoming door de inspecteur.