ECLI:NL:RBZWB:2022:4407
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.F.M.Q. van Dooren
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroepen inkomstenbelasting 2011 en 2012
Belanghebbende maakte bezwaar tegen aanslagen inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (IB/PVV) voor de jaren 2011 en 2012. Nadat de inspecteur de bezwaren had afgewezen, stelde belanghebbende beroep in bij de rechtbank. Op 28 juni 2022 trok belanghebbende deze beroepen in met het verzoek om de inspecteur te veroordelen tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
De intrekking vond plaats omdat belanghebbende een aanvraag had gedaan voor een tegemoetkoming wegens dubbele premieheffing op grond van de Regeling Tijdelijke Tegemoetkoming Rijnvarenden, waarvoor vereist is dat de aanslag definitief vaststaat. De rechtbank heeft de inspecteur in de gelegenheid gesteld te reageren, die stelde dat er geen sprake was van gegronde beroepen en dat belanghebbende berustte in het Nederlandse sociale zekerheidsstelsel.
De rechtbank oordeelde dat de beroepen niet waren ingetrokken vanwege een tegemoetkoming van de inspecteur, aangezien de aanslagen niet waren verminderd. De mogelijke toekomstige toepassing van de Regeling staat los van de onderhavige procedures. Daarom was er geen grond voor een veroordeling in proceskosten of griffierecht. De verzoeken werden als kennelijk ongegrond afgewezen.
Uitkomst: Verzoek tot vergoeding van proceskosten en griffierecht na intrekking beroepen wordt afgewezen.