Op 1 juli 2020 reed verdachte op de snelweg A58 en veroorzaakte door onnodig langzamer rijden en meermalen onverwacht remmen een botsing met een andere auto. Verdachte wilde de bestuurder aanspreken, maar die stopte niet. De rechtbank oordeelde dat het primair tenlastegelegde, een ernstige verkeersovertreding met opzet en gevaar voor zwaar letsel, niet bewezen was omdat geen levensgevaar of zwaar letsel te duchten was.
Wel werd het subsidiair tenlastegelegde bewezen verklaard: gevaarlijk rijgedrag dat daadwerkelijk tot een botsing leidde. Verdachte erkende het gedrag en het gevaar ervan. De botsing veroorzaakte schade aan beide voertuigen, maar geen lichamelijk letsel.
De rechtbank legde een geldboete van €750 op, te vervangen door 15 dagen hechtenis bij niet-betaling, rekening houdend met eerdere verkeersovertredingen van verdachte en zijn beroep als zzp’er waarvoor hij zijn rijbewijs nodig heeft. De zaak werd inhoudelijk behandeld op 13 juli 2022 en het vonnis uitgesproken op 27 juli 2022 door de rechtbank Zeeland-West-Brabant te Breda.