ECLI:NL:RBZWB:2022:4095
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen weigering WIA-uitkering
Verzoeker, vertegenwoordigd door Dichtbij B.V. als bewindvoerder, heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV van 3 juni 2022 waarin zijn aanvraag voor een WIA-uitkering werd geweigerd omdat hij slechts voor 24,64% arbeidsongeschikt werd geacht. Verzoeker vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening vanwege een acute financiële noodsituatie.
De voorzieningenrechter overwoog dat de spoedeisendheid aannemelijk was vanwege het ontbreken van inkomsten en het niet kunnen afwachten van de bijstandsuitkering. Er werd een voorlopig oordeel over de rechtmatigheid van het bestreden besluit gemaakt, waarbij de kans van slagen van het bezwaar werd beoordeeld.
Op basis van medische en arbeidsdeskundige rapportages van het UWV werd vastgesteld dat verzoeker beperkingen heeft, maar dat er passende functies zijn die hij kan vervullen, wat het arbeidsongeschiktheidspercentage verklaart. Verzoeker leverde geen aanvullende medische stukken of concrete betwisting van de bevindingen van het UWV aan.
Daarom concludeerde de voorzieningenrechter dat de kans van slagen van het bezwaar gering is en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de weigering van de WIA-uitkering wordt afgewezen.