Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De benadeelde partij
6.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan het tenlastegelegde feit;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Op 14 juli 2022 heeft de rechtbank Zeeland-West-Brabant verdachte vrijgesproken van aanranding van een vrouw die bij hem verbleef. De zaak draaide om beschuldigingen dat verdachte haar tijdens haar slaap had betast. De officier van justitie baseerde haar bewijs op een informatief gesprek, aangifte en chatberichten tussen verdachte en het slachtoffer.
De rechtbank constateerde dat deze bewijzen uit één bron afkomstig waren, namelijk het slachtoffer zelf, en dat er geen aanvullend steunbewijs was geleverd. Bovendien was de betrouwbaarheid van de chatberichten twijfelachtig vanwege de verstandelijke beperking van verdachte en de sturende communicatie van het slachtoffer.
De persoonlijke begeleidster van verdachte verklaarde dat verdachte als a-seksueel werd beschouwd, wat de twijfel over de beschuldigingen versterkte. Gezien het ontbreken van voldoende bewijs sprak de rechtbank verdachte vrij en verklaarde de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar schadevordering.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van aanranding.