Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.[naam eiser 1] , te [plaatsnaam 1]
[naam eiser 4], te [plaatsnaam 1]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Goirle verleende op 21 november 2019 een omgevingsvergunning voor het wijzigen van het gebruik van een bedrijfspand ten behoeve van perifere detailhandel. Eisers stelden dat de vergunning onterecht was verleend omdat het gebruik niet als perifere detailhandel kon worden aangemerkt, er sprake zou zijn van onevenredige verstoring van het distributieapparaat, parkeeroverlast en oneerlijke concurrentie.
De rechtbank oordeelde dat eisers 6 en 7 terecht niet-ontvankelijk waren verklaard wegens het ontbreken van een machtiging. Vervolgens stelde de rechtbank vast dat het college terecht had geoordeeld dat de winkel onder de definitie van perifere detailhandel viel, aangezien het grootste deel van de winkel bestemd was voor de verkoop van meubels die een groot oppervlak nodig hebben.
De rechtbank benadrukte dat het college beleidsruimte heeft bij het afwegen van belangen en dat de bestuursrechter niet zelf toetst aan de goede ruimtelijke ordening, maar het besluit toetst aan rechtmatigheid. De rechtbank vond dat het college redelijk had geoordeeld dat er geen onevenredige parkeeroverlast of verstoring van het distributieapparaat zou optreden en dat de bezwaren van eisers onvoldoende waren onderbouwd.
Daarom werden de beroepen ongegrond verklaard en werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. De uitspraak werd gedaan door rechter T. Peters op 5 juli 2022 en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: De beroepen tegen de omgevingsvergunning worden ongegrond verklaard en het besluit van het college bevestigd.