ECLI:NL:RBZWB:2022:3796
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herbeoordeling arbeidsongeschiktheid en voortzetting WGA-uitkering
Eiser, een 62-jarige man die sinds 2017 arbeidsongeschikt is, kreeg in 2019 een WIA-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheid van 43,84%. Na een herbeoordeling door het UWV per 2 februari 2021 werd vastgesteld dat zijn arbeidsongeschiktheid was toegenomen naar 46,41%, maar de hoogte van zijn loongerelateerde WGA-uitkering bleef ongewijzigd. Eiser maakte bezwaar tegen deze beslissing, stellende dat zijn beperkingen werden onderschat en het medisch onderzoek onzorgvuldig was.
De rechtbank oordeelde dat het UWV een zorgvuldig medisch onderzoek had uitgevoerd, waarbij verzekeringsartsen het dossier bestudeerden en eiser psychisch en lichamelijk onderzochten. De medische beperkingen zijn objectief vastgesteld en de subjectieve klachtenbeleving van eiser is niet doorslaggevend. Oudere medische rapporten van eiser werden als onvoldoende actueel beoordeeld.
Daarnaast bevestigde het arbeidsdeskundig onderzoek de mate van arbeidsongeschiktheid en de functies waarop de berekening was gebaseerd. Omdat eiser geen specifieke bezwaren tegen deze berekening had ingebracht, was het besluit tot voortzetting van de uitkering terecht. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het UWV-besluit tot herbeoordeling van zijn arbeidsongeschiktheid en voortzetting van de WGA-uitkering is ongegrond verklaard.