ECLI:NL:RBZWB:2022:3679
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking jachtakte en wapenverlof wegens motiveringsgebrek, rechtsgevolgen blijven in stand
In deze bestuursrechtelijke procedure heeft eiser bezwaar gemaakt tegen de intrekking van zijn jachtakte en wapenverlof door de korpschef, welke besluiten door de minister zijn gehandhaafd. De rechtbank heeft in een tussenuitspraak vastgesteld dat de besluiten niet zorgvuldig waren voorbereid en een motiveringsgebrek bevatten, omdat de minister onvoldoende was ingegaan op het tegenbewijs van eiser.
De minister heeft vervolgens aanvullende motivering gegeven door het overleggen van een nieuw proces-verbaal van een betrokken politieambtenaar, waarin uitgebreid werd gereageerd op de door eiser overgelegde getuigenverklaringen. De rechtbank oordeelt dat hiermee het motiveringsgebrek is hersteld en dat de minister terecht uitging van de juistheid van het proces-verbaal.
Op grond hiervan is de minister gerechtvaardigd om de geringe twijfel aan het verantwoord zijn van de jachtakte en het wapenverlof te handhaven. De rechtbank vernietigt daarom de bestreden besluiten vanwege het eerdere gebrek, maar laat de rechtsgevolgen daarvan in stand. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de bestreden besluiten worden vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.