ECLI:NL:RBZWB:2022:3661
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen vaststelling WOZ-waarde vrijstaande woning in Tilburg
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning aan een adres in Tilburg, welke door de heffingsambtenaar was vastgesteld op €529.000 per waardepeildatum 1 januari 2019. De rechtbank behandelde het beroep na een zitting op 10 juni 2022.
De heffingsambtenaar baseerde de waardering op een waardematrix opgesteld door een taxateur, waarin de woning was getaxeerd op €569.668. Hierbij werden vijf vergelijkingsobjecten gebruikt die qua type, bouwjaar en ligging voldoende vergelijkbaar waren. Belanghebbende betwistte met name de waardering van de grond en de correctie voor asbest.
De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar aannemelijk had gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog was vastgesteld, ondanks dat de ligging van de woning niet beter was dan die van een vergelijkingsobject en de grondwaarde aan de hoge kant was. De correctie voor asbest was reeds verwerkt in de waardematrix. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de vastgestelde WOZ-waarde van €529.000 bleef gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €529.000 wordt ongegrond verklaard.