ECLI:NL:RBZWB:2022:3657
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging UWV-besluit weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende motivering
Eiseres, werkzaam in huishoudelijke zorg en gastvrijheid, raakte arbeidsongeschikt door een aanrijding in juni 2017. Het UWV weigerde haar per 30 mei 2019 een WIA-uitkering toe te kennen vanwege een arbeidsongeschiktheidspercentage onder de 35%. Diverse medische rapportages, waaronder van verzekeringsartsen en een orthopeed, verschilden over de mate van beperkingen, met name voor de rechterschouder en linkerknie.
De rechtbank constateerde dat het UWV onvoldoende had gemotiveerd waarom het niet volgde op de door eiseres ingeschakelde verzekeringsarts die haar lichamelijk onderzocht en zwaardere beperkingen vaststelde. Hierdoor leed het besluit aan een motiveringsgebrek. De rechtbank vernietigde het besluit en gaf het UWV de mogelijkheid binnen acht weken het gebrek te herstellen door een nieuwe beoordeling van de beperkingen, met inachtneming van volledig krachtsverlies bij abductie van de rechterarm.
De rechtbank hield verdere beslissingen aan en stelde dat een einduitspraak volgt na herstel van het besluit. Tegen deze tussenuitspraak staat nog geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het UWV-besluit wordt vernietigd wegens motiveringsgebrek en het UWV krijgt acht weken om het besluit te herstellen.