ECLI:NL:RBZWB:2022:3649
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- L.M. Hertsig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling Belastingdienst in proceskosten na gedeeltelijke tegemoetkoming kinderopvangtoeslag 2017
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Belastingdienst/Toeslagen waarin de definitieve kinderopvangtoeslag over 2017 op nihil werd vastgesteld. Tijdens de procedure heeft de Belastingdienst het besluit herzien en is verzoeker gedeeltelijk tegemoetgekomen, waarna verzoeker het beroep introk met een verzoek tot veroordeling in proceskosten.
De rechtbank heeft het verzoek tot proceskostenvergoeding beoordeeld op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht. Gezien de gedeeltelijke tegemoetkoming door de Belastingdienst acht de rechtbank een veroordeling in de door verzoeker gemaakte proceskosten op zijn plaats.
De rechtbank veroordeelt de Belastingdienst tot vergoeding van de reiskosten van €13,00. Verzoeker had daarnaast verletkosten opgevoerd, maar deze worden niet vergoed omdat niet is aangetoond dat het verlof ten laste van verzoeker kwam. Het griffierecht wordt door de Belastingdienst vergoed op grond van artikel 8:41 Awb Pro, zodat hiervoor geen veroordeling nodig is.
De uitspraak is gedaan door rechter L.M. Hertsig en griffier J.M. van Sambeek op 1 juli 2022 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Belastingdienst in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van €13,00 na gedeeltelijke tegemoetkoming.