ECLI:NL:RBZWB:2022:3632
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- T. Peters
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen gebiedsverbod burgemeester Gilze en Rijen
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het door de burgemeester van Gilze en Rijen opgelegde gebiedsverbod van drie maanden, gericht op een gebied nabij het station en centrum van Rijen, vanwege herhaaldelijke overlast en verstoring van de openbare orde.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de burgemeester bevoegd was het gebiedsverbod op te leggen op grond van artikel 172a van de Gemeentewet, omdat verzoeker herhaaldelijk de openbare orde heeft verstoord. De overlast bestond uit intimiderend bedelen en aanbellen, waarbij ook een mes werd getoond.
De rechtbank stelt dat het gebiedsverbod een ingrijpende maatregel is die alleen toegepast mag worden indien deze geschikt, noodzakelijk en evenredig is. De burgemeester heeft voldoende gemotiveerd dat minder ingrijpende middelen niet effectief waren en dat het verbod noodzakelijk is om verdere overlast te voorkomen.
Verzoeker kon onvoldoende aantonen dat het verbod zijn woonrecht schendt, omdat hij niet feitelijk woonachtig was op het opgegeven adres en nog steeds staat ingeschreven op een ander adres. De belangenafweging leidt tot het oordeel dat het belang van de openbare orde zwaarder weegt dan het belang van verzoeker bij zijn bewegingsvrijheid.
Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en blijft het gebiedsverbod van kracht tot 2 augustus 2022.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het gebiedsverbod wordt afgewezen.