Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 juni 2022 in de zaak tussen
[naam eiseres] , te [plaatsnaam] , eiseres
Procesverloop
Overwegingen
Feiten
Beroepsgronden
Beoordeling
Conclusie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eiseres heeft op 3 november 2020 een bijstandsuitkering aangevraagd bij het college van burgemeester en wethouders van Tilburg. Het college heeft haar bijstandsuitkering toegekend per die datum, maar haar bezwaar tegen dit besluit ongegrond verklaard. Eiseres stelde dat het college ten onrechte aannam dat zij zelf in staat was geweest een Ziektewet-uitkering aan te vragen en bezwaar te maken, terwijl dit met hulp van derden gebeurde.
De rechtbank oordeelt dat het college voldoende gemotiveerd heeft waarom de bijstandsuitkering pas per 3 november 2020 is toegekend en dat er geen sprake is van een motiveringsgebrek. Op grond van artikel 44 van Pro de Participatiewet bestaat in beginsel geen recht op bijstand over een periode voorafgaand aan de datum van aanvraag, tenzij bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen.
De rechtbank stelt vast dat eiseres zich niet zo spoedig mogelijk na afwijzing van haar Ziektewet-uitkering bij het college heeft gemeld, aangezien zij pas bijna een maand later een bijstandsuitkering aanvroeg. Het feit dat zij hulp van derden kreeg bij de Ziektewet-aanvraag leidt niet tot een ander oordeel. De rechtbank concludeert dat het college terecht de bijstandsuitkering per 3 november 2020 heeft toegekend en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en de bijstandsuitkering per 3 november 2020 bevestigd.