ECLI:NL:RBZWB:2022:336
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen op bezwaar aanvraag PTSS hulphond
Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van 3 juni 2021 waarbij haar aanvraag voor een PTSS hulphond werd afgewezen. Verweerder heeft niet tijdig op dit bezwaar beslist, ondanks een brief van 9 augustus 2021 waarin een verdaging van de beslistermijn werd aangekondigd. Deze verdaging was niet rechtsgeldig omdat niet voldaan werd aan de voorwaarden van artikel 7:10 Awb Pro.
Eiseres heeft verweerder op 28 augustus 2021 ingebreke gesteld en sindsdien zijn meer dan twee weken verstreken zonder dat een besluit is genomen. De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt verweerder op binnen twee weken na verzending van het vonnis alsnog een besluit op bezwaar te nemen.
Daarnaast wordt een dwangsom van € 100 per dag opgelegd voor elke dag dat de beslissing wordt vertraagd, met een maximum van € 15.000. Het verzoek om vaststelling van de reeds verbeurde dwangsom wordt afgewezen. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiseres, vastgesteld op € 379,50 vanwege de lichte aard van de zaak.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen twee weken alsnog te beslissen met oplegging van een dwangsom bij overschrijding.