ECLI:NL:RBZWB:2022:3321
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen op herbeoordeling kinderopvangtoeslag
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door de Belastingdienst/Toeslagen op haar verzoek tot herbeoordeling van haar kinderopvangtoeslag, ingediend op 8 februari 2021. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en dat eiseres de Belastingdienst op 15 maart 2022 in gebreke heeft gesteld, waarna twee weken zijn verstreken zonder besluit.
De rechtbank bepaalt dat de Belastingdienst alsnog binnen elf weken na verzending van deze uitspraak een besluit moet nemen. Dit is een langere termijn dan de standaard twee weken, vanwege het grote aantal herbeoordelingsverzoeken en de complexiteit van de zaak. De rechtbank legt een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 bij verdere overschrijding.
Daarnaast wordt de Belastingdienst veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht van €50 en proceskosten van €379,50 aan eiseres. De rechtbank kwalificeert het geschil als licht, conform jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De uitspraak is gedaan door rechter S.A.M.L. van de Sande op 20 juni 2022 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: De rechtbank beveelt de Belastingdienst binnen elf weken alsnog te beslissen en legt een dwangsom op bij overschrijding.