ECLI:NL:RBZWB:2022:3301

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
17 mei 2022
Publicatiedatum
20 juni 2022
Zaaknummer
C/02396872 JE RK 22-703
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Toekoen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:259 BWArtikel 6.1 procesreglement civiel jeugdrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vervanging gecertificeerde instelling voor uitvoering ondertoezichtstelling minderjarigen

Bij beschikking van 29 september 2021 zijn twee minderjarigen onder toezicht gesteld van de William Schrikker Stichting (WSS) voor de periode van 29 september 2021 tot 29 september 2022. Op 21 april 2022 verzocht WSS de kinderrechter om haar te vervangen door Stichting Jeugdbescherming Brabant (JBB) als gecertificeerde instelling die de ondertoezichtstelling uitvoert.

De kinderrechter heeft het verzoek schriftelijk behandeld, waarbij de moeder aanvankelijk een mondelinge behandeling wenste maar hier later van afzag. De vader reageerde niet op de uitnodiging voor een mondelinge behandeling. De kinderrechter oordeelde dat een mondelinge behandeling niet noodzakelijk was.

Op grond van artikel 1:259 BW Pro kan de kinderrechter een gecertificeerde instelling vervangen door een andere. Gezien de beëindiging van de instroomstop bij JBB en het feit dat de betrokkenen tot de doelgroep van JBB behoren, is besloten WSS te vervangen door JBB. JBB heeft zich bereid verklaard de uitvoering over te nemen en er zijn geen bezwaren van belanghebbenden.

De kinderrechter verzoekt JBB dringend om zo spoedig mogelijk een jeugdzorgwerker aan te wijzen voor de uitvoering van de ondertoezichtstelling. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na uitspraak via de griffie van het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.

Uitkomst: De kinderrechter vervangt de William Schrikker Stichting door Stichting Jeugdbescherming Brabant als gecertificeerde instelling voor de uitvoering van de ondertoezichtstelling.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/396872 / JE RK 22-703
Datum uitspraak: 17 mei 2022

Beschikking vervanging gecertificeerde instelling

in de zaak van

WILLIAM SCHRIKKER STICHTING JEUGDBESCHERMING & JEUGDRECLASSERING,

hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (GI),
gevestigd te Amsterdam,
betreffende

[minderjarige1] , geboren op [geboortedatum] 2014 te [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [minderjarige1] ,

[minderjarige2] , geboren op [geboortedatum] 2016 te [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [minderjarige2] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[moeder] ,

hierna te noemen: de moeder,
wonende te [woonplaats] ,
advocaat: mr. H. van der Sluis-Westerlaan te Oosterhout.

[vader] ,

hierna te noemen: de vader,
wonende te [woonplaats] ,
advocaat: mr. S. Klootwijk te Breda.
De kinderrechter merkt als informant aan:

STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT,

hierna te noemen JBB,
gevestigd te Roosendaal.

Het procesverloop

Op 21 april 2022 heeft de kinderrechter van de GI een verzoek tot vervanging GI met bijlagen ontvangen.
De GI heeft aangegeven een mondelinge behandeling van het verzoek niet nodig te vinden.
Aan de belanghebbenden is bij brief van gevraagd of één van hen een mondelinge behandeling van het verzoek wenst, overeenkomstig de bepaling in artikel 6.1 van het procesreglement civiel jeugdrecht.
Binnen de daartoe gegeven termijn heeft de kinderrechter van de vader geen reactie ontvangen.
De moeder heeft op deze brief wel gereageerd en aangegeven een mondelinge behandeling te wensen. Zij is hier echter bij e-mail van 16 mei 2022 op terug gekomen. Zij geeft aan, nu zij het verzoek begrijpt, naar de kinderrechter begrijpt geen mondelinge behandeling te wensen.

De feiten

Bij beschikking van de kinderrechter van 29 september 2021 zijn [minderjarige1] en [minderjarige2] onder toezicht gesteld van de GI met ingang van 29 september 2021 tot 29 september 2022.

Het verzoek

De GI verzoekt de kinderrechter om haar als gecertificeerde instelling die de ondertoezichtstelling over [minderjarige1] en [minderjarige2] uitvoert, te vervangen door JBB, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

De beoordeling

Ingevolge artikel 1:259 van Pro het Burgerlijk Wetboek kan de kinderrechter de gecertificeerde instelling die het toezicht heeft, vervangen door een andere gecertificeerde instelling, op verzoek van, voor zover hier van belang de gecertificeerde instelling die het toezicht heeft.
Door de GI is bij haar verzoekschrift aangegeven dat zij geen behoefte heeft aan een mondelinge behandeling. Door de vader is niet gereageerd op de brief van
van de griffier, waarin is vermeld dat, wanneer de belanghebbenden dat willen, het verzoek kan worden besproken tijdens een mondelinge behandeling. Door de moeder is aangegeven dat zij geen mondelinge behandeling wenst. De kinderrechter stelt gelet op de overgelegde stukken vast dat een mondelinge behandeling niet nodig is.
De kinderrechter is van oordeel dat de GI dient te worden vervangen door JBB als gecertificeerde instelling die de ondertoezichtstelling over [minderjarige1] en [minderjarige2] uitvoert, nu de instroomstop van JBB is beëindigd en de betrokkenen tot de doelgroep van JBB behoren.
JBB heeft zich bereid verklaard om de uitvoering van de ondertoezichtstelling van de GI over te nemen en de belanghebbenden hebben hiertegen geen bezwaren geuit. De kinderrechter zal de GI daarom vervangen door JBB als de gecertificeerde instelling die belast is met de verdere uitvoering van de ondertoezichtstelling.
Uit het verzoek blijkt dat in deze zaak nog geen jeugdzorgwerker van de GI is aangewezen. Aan JBB wordt dan ook dringend verzocht zo spoedig mogelijk een jeugdzorgwerker te belasten met de uitvoering van de ondertoezichtstelling.
Dit leidt tot de volgende beslissing.

De beslissing

De kinderrechter:
vervangt de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en jeugdreclassering met ingang van heden door de gecertificeerde instelling Stichting Jeugdbescherming Brabant, locatie Roosendaal, als de gecertificeerde instelling die belast is met de verdere uitvoering van de ondertoezichtstelling;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 17 mei 2022 door mr. Toekoen, kinderrechter, in tegenwoordigheid van Van Dijke, als griffier.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch.