ECLI:NL:RBZWB:2022:3285
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening wegens niet-ontvankelijkheid bezwaar over afgesloten periode
Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda, waarbij haar bezwaar niet-ontvankelijk werd verklaard. Het verzoek betrof een voorlopige voorziening om het bestreden besluit van 29 april 2022 te schorsen.
De voorzieningenrechter constateert dat het besluit betrekking heeft op de periode van 5 tot 31 oktober 2020, een afgesloten periode in het verleden. Volgens artikel 8:81, eerste lid, Awb worden voorlopige voorzieningen in beginsel niet toegekend voor besluiten over afgesloten perioden, tenzij sprake is van een acute noodsituatie.
De voorzieningenrechter oordeelt dat er geen acute noodsituatie is aangetoond. De door verzoekster aangevoerde omstandigheden leiden niet tot een ander oordeel. Daarom is het verzoek niet spoedeisend en wordt het afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van spoedeisendheid.