ECLI:NL:RBZWB:2022:3245
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstandsuitkering wegens onvoldoende bewijs bijstandsbehoefte
Verzoekster ontving sinds september 2021 een bijstandsuitkering die het college introk na een fraudemelding over de verkoop van puppy’s. Verzoekster stelde dat zij slechts in december 2021 inkomsten had uit de verkoop van acht puppy’s en overlegd screenshots van WhatsApp-gesprekken ter onderbouwing.
Het college weigerde de hernieuwde aanvraag voor bijstand omdat verzoekster niet alle gevraagde bewijsstukken had overlegd en het recht op bijstand daardoor niet kon worden vastgesteld. De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoekster onvoldoende duidelijkheid had verschaft over de hoogte en besteding van de inkomsten uit de puppyverkoop.
Verzoekster gaf wisselende verklaringen over de wijze van betaling en de bestemming van de inkomsten, zonder deze met stukken te onderbouwen. Ook ontbrak een deugdelijke administratie. Hierdoor kon niet worden vastgesteld dat zij daadwerkelijk in bijstandsbehoeftige omstandigheden verkeerde.
De voorzieningenrechter gaf verzoekster het voordeel van de twijfel wat spoedeisendheid betreft, maar wees het verzoek om voorlopige voorziening af omdat het college terecht de aanvraag had afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de bijstandsaanvraag wordt afgewezen.