ECLI:NL:RBZWB:2022:3242
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens te late indiening tegen wijziging AOW-pensioen
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Sociale Verzekeringsbank om zijn AOW-pensioen te wijzigen naar een AOW-pensioen voor gehuwden of samenwonenden. De rechtbank beoordeelt het beroep zonder zitting omdat het kennelijk niet-ontvankelijk is.
De wettelijke termijn voor het indienen van het beroepschrift bedraagt zes weken na bekendmaking van het besluit, welke op 9 februari 2021 per post is verzonden. De beroepstermijn eindigde derhalve op 23 maart 2021. Eiser heeft het beroepschrift met gewone post verstuurd, waarbij het poststempel op 14 april 2021 dateert en ontvangst bij verweerder op 15 april 2021 plaatsvond, dus na het verstrijken van de termijn.
Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat het beroepschrift eerder op de post is gedaan en voerde als reden voor de te late indiening psychische neerslachtigheid door financiële beperkingen. De rechtbank acht dit geen verontschuldiging omdat eiser zich aanvankelijk had neergelegd bij het besluit en niet is gebleken dat hij niet in staat was tijdig beroep in te dienen.
De rechtbank verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk en doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:54 Awb Pro. De uitspraak is gedaan door rechter L.P. Hertsig op 13 juni 2022 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening zonder verontschuldiging.